Ga verder naar de inhoud

KC21/22-0106

Gegrond KC - Merksplas Klachtencommissie Tucht
TUCHT - GEÏNTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING

De klachtencommissie wijst erop dat de vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, slaat op de vraag of de persoon op het moment van de feiten helder en bewust was, en dus over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft de feiten te plegen. De directie verwijst in haar motivering enkel naar de toestand van klager op het ogenblik van de tuchtrechtelijke hoorzitting (“Betrokkene komt op de hoorzitting helder over en kan zijn verhaal vlot doen, de feiten worden daarom aanrekenbaar geacht, ook al is hij geïnterneerd”), zonder enige verwijzing naar zijn toestand op het ogenblik van de feiten. De directie motiveert hierdoor niet afdoende waarom ze klager in het voorliggend dossier verantwoordelijk achtte voor de hem ten laste gelegde feiten. De motivering voldoet niet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd. Aangezien klager geen voorstel formuleerde op de schriftelijke vraag hierover van de klachtencommissie wordt er geen tegemoetkoming toegekend.

De klachtencommissie herhaalt haar standpunt dat de vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, met name de vraag of de persoon op het moment van de feiten over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft de feiten te plegen, een zeer moeilijke beoordeling is die volgens haar niet op adequate wijze door de directie kan gebeuren, nu er ontegensprekelijk een medische component mee gemoeid is. Artikel 144 §1 in fine Basiswet stelt dat de directeur zich alle nuttige informatie laat bezorgen voor de beoordeling van de zaak. In het voorliggend dossier impliceerde deze verplichting volgens de klachtencommissie dat de directie zich een advies van de arts inzake de toerekenbaarheid moest laten bezorgen.