Ga verder naar de inhoud

KC21/23-0039

Gegrond KC - Merksplas Klachtencommissie Tucht
TUCHT - SANCTIE - MOTIVERING

In het voorliggend dossier werd er géén tuchtsanctie opgelegd aan klager. Klager stoort zich echter aan de “kwalificatie” (lees: omschrijving van de feiten) die vermeld wordt op het document “beslissing tot niet-opleggen van een tuchtsanctie”.

De klachtencommissie stelt het volgende vast: de feiten worden in dit document omschreven als “handgemeen met medegedetineerde”; het woord “handgemeen” slaat op een vechtpartij; ter tuchtzitting bevestigde de directie nochtans dat klager een vuistslag kreeg van een medegedetineerde, en dat hij in dit incident enkel als slachtoffer kan worden aangemerkt.

Volgens de klachtencommissie wekt de omschrijving van de feiten (en bijgevolg de gehele beslissing) inderdaad de verkeerde indruk inzake de rol die klager in het incident speelde en strookt ze niet met de verklaringen die de directie ter tuchtzitting deed. Deze vaststelling is volgens de klachtencommissie niet zonder gevolg, gelet op het gegeven dat ook het tuchtregister schijnbaar melding maakt van deze foutieve omschrijving. Het loutere gegeven dat in een volgende kolom “geen tuchtsanctie” komt te staan, doet geen afbreuk aan het feit dat nog steeds de indruk wordt gewekt dat klager verwikkeld was in een gevecht met een medegedetineerde. Deze vermelding kan nadelige gevolgen teweegbrengen voor het verdere dossier van klager (bijvoorbeeld voor de KBM).

Volgens de klachtencommissie dient de directie in de beslissing niet alleen melding te maken van het feit dat klager géén tuchtsanctie krijgt, maar moet ze daarin ook duidelijk weergeven dat klager zich niet schuldig maakte aan enige tuchtinbreuk. De klacht is gegrond. De beslissing wordt vernietigd. De directie moet binnen de 7 dagen volgend op deze beslissing een nieuwe beslissing nemen (inclusief aanpassing van het tuchtregister), rekening houdend met deze uitspraak.