TUCHT - GEÏNTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING
De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten (racistische uitspraken, met gebalde vuist op het personeelslid afgaan) bewezen achtte op basis van het RAD.
De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet) en de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 2° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificaties correct en afdoende gemotiveerd.
In het voorliggend dossier motiveert de directie dat ze klager (geïnterneerd) verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten op basis van de volgende elementen:
(1) Klager functioneert in een normaal regime. Dat iemand deelneemt aan het gewone regime doet geen afbreuk aan de rechterlijke uitspraken op grond waarvan hij geïnterneerd werd (cfr. RvS nr. 251.295 van 22 juli 2021). Dit element is dan ook niet afdoende.
(2) Ter zitting kon klager zich helder (doch eigenzinnig) uitdrukken. De klachtencommissie wijst er nogmaals op dat de vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, slaat op de vraag of de persoon op het moment van de feiten helder en bewust was, en dus over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft de feiten te plegen. Met een verwijzing naar de toestand van klager op het ogenblik van de tuchtrechtelijke hoorzitting spreekt de directie zich niet uit over de toestand van klager op het ogenblik van de feiten. Dit element is dan ook niet afdoende.
(3) Uit het rapport blijken geen elementen die wijzen op verwardheid. De klachtencommissie stelt vast dat de directie, door te verwijzen naar de materiële vaststellingen in het RAD, zich terecht uitspreekt over de toestand van klager op het moment van de feiten.
Ter gelegenheid van een ander klachtendossier (niet van klager) deelde de directie mee dat er in geval van een RAD ten aanzien van een geïnterneerde steeds multidisciplinair overleg wordt gepleegd om de toerekenbaarheid van de feiten te beoordelen. In het voorliggend dossier kon er geen schriftelijk verslag van dit overleg worden voorgelegd. Het lijkt de klachtencommissie zeer wenselijk dat de directie voortaan in haar motivering niet louter zou verwijzen naar het RAD, doch wel naar de conclusies die het multidisciplinair overleg trok over dit RAD.
In het voorliggend dossier acht de klachtencommissie de conclusie die de directie op basis van het RAD trok omtrent de toerekenbaarheid van de feiten echter redelijk. De klachtencommissie is evenmin van oordeel dat er uit het RAD (hoewel deze informatie natuurlijk summier is) elementen blijken dat er een geestesstoornis ten grondslag lag aan het handelen van klager. De klachtencommissie is van oordeel dat de daden van klager met name ingegeven zijn door een racistisch motief. Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten afdoende gemotiveerd. De motivering voldoet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is ongegrond.
De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten (racistische uitspraken, met gebalde vuist op het personeelslid afgaan) bewezen achtte op basis van het RAD.
De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet) en de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 2° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificaties correct en afdoende gemotiveerd.
In het voorliggend dossier motiveert de directie dat ze klager (geïnterneerd) verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten op basis van de volgende elementen:
(1) Klager functioneert in een normaal regime. Dat iemand deelneemt aan het gewone regime doet geen afbreuk aan de rechterlijke uitspraken op grond waarvan hij geïnterneerd werd (cfr. RvS nr. 251.295 van 22 juli 2021). Dit element is dan ook niet afdoende.
(2) Ter zitting kon klager zich helder (doch eigenzinnig) uitdrukken. De klachtencommissie wijst er nogmaals op dat de vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, slaat op de vraag of de persoon op het moment van de feiten helder en bewust was, en dus over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft de feiten te plegen. Met een verwijzing naar de toestand van klager op het ogenblik van de tuchtrechtelijke hoorzitting spreekt de directie zich niet uit over de toestand van klager op het ogenblik van de feiten. Dit element is dan ook niet afdoende.
(3) Uit het rapport blijken geen elementen die wijzen op verwardheid. De klachtencommissie stelt vast dat de directie, door te verwijzen naar de materiële vaststellingen in het RAD, zich terecht uitspreekt over de toestand van klager op het moment van de feiten.
Ter gelegenheid van een ander klachtendossier (niet van klager) deelde de directie mee dat er in geval van een RAD ten aanzien van een geïnterneerde steeds multidisciplinair overleg wordt gepleegd om de toerekenbaarheid van de feiten te beoordelen. In het voorliggend dossier kon er geen schriftelijk verslag van dit overleg worden voorgelegd. Het lijkt de klachtencommissie zeer wenselijk dat de directie voortaan in haar motivering niet louter zou verwijzen naar het RAD, doch wel naar de conclusies die het multidisciplinair overleg trok over dit RAD.
In het voorliggend dossier acht de klachtencommissie de conclusie die de directie op basis van het RAD trok omtrent de toerekenbaarheid van de feiten echter redelijk. De klachtencommissie is evenmin van oordeel dat er uit het RAD (hoewel deze informatie natuurlijk summier is) elementen blijken dat er een geestesstoornis ten grondslag lag aan het handelen van klager. De klachtencommissie is van oordeel dat de daden van klager met name ingegeven zijn door een racistisch motief. Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten afdoende gemotiveerd. De motivering voldoet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is ongegrond.