Ga verder naar de inhoud

KC21/23-0095

Onontvankelijk KC - Merksplas Klachtencommissie Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - CAMERABEELDEN

Klager stelde een vraag tot bekijken van de camerabeelden die van hem werden gemaakt. Klager ontving hierop informatie van de directie. Uit de bijlage van het huishoudelijk reglement waarin de nieuwe procedure inzake camerabeelden wordt uiteengezet, blijkt dat klager zijn schriftelijk verzoek dient te richten aan de Dienst Informatiebeheer en Gegevensbescherming (IBGB). De tussenkomst van de directie die in deze procedure voorzien wordt, leidt er toe dat het stilzitten of weigeren vanwege de directie om de nodige actie te ondernemen zou kunnen gekwalificeerd worden als een ‘verzuim of weigering om een beslissing te nemen’ in de zin van artikel 148 Basiswet. De klachtencommissie heeft er begrip voor dat de procedure inzake camerabeelden een gloednieuwe procedure betreft die eerst nog praktisch uitgewerkt moest worden. Uit het verweer van de directeur blijkt dat dit intussen gebeurde. Sedert 17 juli 2023 zou de werkwijze geformaliseerd zijn middels een aanvraagformulier aan de hand waarvan klager zijn recht kan uitoefenen. Op het moment van indiening van de klacht was er volgens de klachtencommissie geen sprake van een beslissing of verzuim in hoofde van de directeur. De directeur hield klager louter op de hoogte van de stand van zaken, maar kon (nog) geen verder gevolg geven aan de vraag van klager, omdat dit praktisch (nog) niet kon bij gebrek aan volledig uitgewerkte procedure. De klacht is niet-ontvankelijk.

De weigering door een kwartierchef om te mogen bellen naar de advocaat betreft een beslissing namens de directeur die onder het toepassingsgebied van het beklagrecht valt. Dergelijke klacht is principieel ontvankelijk. Klager vermeldt geen datum van de beslissing. In de klacht dient men nochtans zo nauwkeurig mogelijk de beslissing waarover geklaagd wordt en de redenen van de klacht te vermelden (artikel 150 §2 Basiswet). Klager spreekt eerst van een beslissing daterend van vóór het nieuw huishoudelijk reglement (waardoor de klacht laattijdig zou zijn ingediend). Vervolgens stelt hij dat de definitie van ‘beweging’ in het nieuw huishoudelijk reglement onvoldoende duidelijk is en aanleiding geeft tot misbruik. Ook hier vermeldt hij echter niet of en wanneer er een geïndividualiseerde beslissing ten aanzien van hem werd genomen inzake het niet mogen bellen naar de advocaat. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager klaagt dat hij (nog) geen antwoord kreeg op rapportbriefjes waarin hij een nieuwe ‘oplossing’ aandraagt om tegemoet te komen aan het verstoren van zijn nachtrust: het verhuizen van de storende persoon. De klachtencommissie meent dat er sprake is van een situatie waarin er in hoofde van de directie een verplichting bestaat om een beslissing te nemen om het recht van klager op een degelijke nachtrust te waarborgen. De klachtencommissie dient dan ook te beoordelen of er inderdaad sprake is van een verzuim tot het nemen van dergelijke beslissing in hoofde van de directie, binnen een redelijke termijn. De klachtencommissie wijst erop dat er niet automatisch kan worden besloten tot het bestaan van een verzuim doordat de directie niet ogenblikkelijk ingaat op de suggestie die klager doet. De verplichting van de directie bestaat erin tegemoet te komen aan het probleem van het nachtlawaai, hetgeen niet noodzakelijk veronderstelt dat de directie een beslissing moet nemen (had moeten nemen) in de zin die klager suggereert. Klager specificeert niet van wanneer zijn (nieuwe) rapportbriefjes dateren. Aangezien hij recent een klacht indiende met een gelijkaardig voorwerp, was er volgens de klachtencommissie op het ogenblik van het indienen van de klacht nog geen sprake van een overschrijding van de redelijke termijn. De klacht is niet-ontvankelijk.