Ga verder naar de inhoud

KC21/23-0106

Gegrond KC - Merksplas Klachtencommissie Tucht
TUCHT - CAMERABEELDEN - RECHT OP TEGENSPRAAK

In het voorliggend dossier heeft de directeur zich voor het bewezen zijn van de feiten (althans blijkens de motivering) gebaseerd op de materiƫle vaststellingen in het RAD. Klager betwist deze vaststellingen. Aangezien klager geen tegenindicaties aanbracht die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD, en er tijdens de tuchtprocedure geen bewijs werd aangebracht van eventuele lichamelijke verwondingen. mocht de directie volgens de klachtencommissie voortgaan op de vaststellingen uit het RAD.

De klachtencommissie stelt echter vast dat, hoewel dit niet hernomen werd in de eigenlijke tuchtbeslissing, de directrice ter tuchtzitting meedeelt dat ze ook de camerabeelden heeft bekeken. Ze verduidelijkt daarbij dat de punten van overeenkomst tussen de beelden en het RAD de reden zijn waarom ze het RAD voor waar aanneemt. De camerabeelden werden dus gebruikt ter verificatie van de waarachtigheid van het RAD.

De formele motiveringsplicht (artikel 8 Basiswet) verplicht de directie in de motivering de juridische en feitelijke overwegingen op te nemen die aan de beslissing ten grondslag liggen. Aangezien het bekijken van de camerabeelden blijkens de verklaringen van de directie ter tuchtzitting een duidelijke rol hebben gespeeld in de totstandkoming van de tuchtbeslissing, had zij dit gegeven in de tuchtbeslissing moeten opnemen. De camerabeelden van het incident werden door de directie bekeken in afwezigheid van klager. Gelet op de rol die de beelden gespeeld hebben in het besluitvormingsproces dienden ze onderworpen te worden aan eventuele tegenspraak van klager of zijn advocaat (RvS 17 maart 2016, nr. 234.163). Het bekijken van de camerabeelden in afwezigheid van klager maakt een schending van de rechten van verdediging (recht op tegenspraak) uit. Gelet op deze onwettigheden kan de tuchtbeslissing niet overeind blijven. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd.