KC21/23-0115
Onontvankelijk
KC - Merksplas
Klachtencommissie
Tucht
Geen beslissing directeur
TUCHT - KLACHTENPROCEDURE - GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID
Klager diende reeds eerder een klacht in tegen de tuchtbeslissing van 26 mei 2023. De klachtencommissie deed hierover definitief uitspraak in KC21/23-0061. Teneinde zich ervan te vergewissen dat het voorwerp van de klacht zich niet uitstrekte tot de eventuele niet-uitvoering van de beslissing van de klachtencommissie in KC21/23-0061 (aangezien klager spreekt van 7 dagen ATV die ‘openstaan’) vroeg de klachtencommissie het tuchtregister van klager op. Hieruit blijkt dat de sanctie van 7 dagen ATV voorwaardelijk wel degelijk geschrapt werd van het tuchtregister. De klachtencommissie besluit dat de klacht dus wel degelijk handelt over de tuchtbeslissing an sich waardoor ze hetzelfde voorwerp heeft als de klacht van klager in KC21/23-0061, waarover de klachtencommissie zich reeds definitief uitsprak. De klacht is niet-ontvankelijk. De klachtencommissie kan de klacht niet (opnieuw) inhoudelijk beoordelen.
Klager beklaagt zich voorts over een RAD en een gesprek met de directeur. De klachtencommissie stelt vast dat er géén beslissing door of namens de directeur werd genomen. Er volgde géén tuchtbeslissing naar aanleiding van het RAD van 11 augustus 2023. Een rapport aan de directeur maakt op zichzelf geen beslissing in de zin van artikel 148 Basiswet uit. Ook een louter gesprek tussen directie en klager kan volgens de klachtencommissie niet gekwalificeerd worden als een beslissing in de zin van artikel 148 Basiswet. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager diende reeds eerder een klacht in tegen de tuchtbeslissing van 26 mei 2023. De klachtencommissie deed hierover definitief uitspraak in KC21/23-0061. Teneinde zich ervan te vergewissen dat het voorwerp van de klacht zich niet uitstrekte tot de eventuele niet-uitvoering van de beslissing van de klachtencommissie in KC21/23-0061 (aangezien klager spreekt van 7 dagen ATV die ‘openstaan’) vroeg de klachtencommissie het tuchtregister van klager op. Hieruit blijkt dat de sanctie van 7 dagen ATV voorwaardelijk wel degelijk geschrapt werd van het tuchtregister. De klachtencommissie besluit dat de klacht dus wel degelijk handelt over de tuchtbeslissing an sich waardoor ze hetzelfde voorwerp heeft als de klacht van klager in KC21/23-0061, waarover de klachtencommissie zich reeds definitief uitsprak. De klacht is niet-ontvankelijk. De klachtencommissie kan de klacht niet (opnieuw) inhoudelijk beoordelen.
Klager beklaagt zich voorts over een RAD en een gesprek met de directeur. De klachtencommissie stelt vast dat er géén beslissing door of namens de directeur werd genomen. Er volgde géén tuchtbeslissing naar aanleiding van het RAD van 11 augustus 2023. Een rapport aan de directeur maakt op zichzelf geen beslissing in de zin van artikel 148 Basiswet uit. Ook een louter gesprek tussen directie en klager kan volgens de klachtencommissie niet gekwalificeerd worden als een beslissing in de zin van artikel 148 Basiswet. De klacht is niet-ontvankelijk.