TUCHT - GEÏNTERNEERDE - MOTIVERING - TOEREKENBAARHEID - TEGEMOETKOMING
De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten als het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden (artikel 130, 1° Basiswet) en het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel (artikel 130, 3° Basiswet). De klachtencommissie acht de kwalificaties correct en afdoende gemotiveerd.
In het voorliggend dossier motiveert de directie dat ze klager (geïnterneerd) verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten op basis van de volgende elementen:
(1) Betrokkene geeft aan goed te beseffen dat dergelijke zaken niet kunnen. De klachtencommissie stelt vast dat klager dit ter tuchtzitting aanhaalt. De klachtencommissie wijst er nogmaals op dat de vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, slaat op de vraag of de persoon op het moment van de feiten helder en bewust was, en dus over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft de feiten te plegen. Dat klager nadien (ter tuchtzitting) schuldinzicht vertoont, zegt niets over zijn toestand op het ogenblik van de feiten. Dit element is dan ook niet afdoende.
(2) Klager gaat rond schijnbaar normale vragen extreem in discussie en schuwt daarbij onbeleefdheden niet. De klachtencommissie stelt vast dat de directie zich terecht uitspreekt over de toestand van klager op het moment van de feiten. De klachtencommissie meent echter dat hiermee net gemotiveerd wordt dat klager niet over vrije wil en oordeelsvermogen beschikt en met name op het moment van de feiten géén controle leek te hebben over zijn reactie. In het voorliggend dossier is de verwijzing naar het RAD volgens de klachtencommissie dan ook eerder een element dat pleit tégen de toerekenbaarheid van de feiten. De stelling dat klager op het moment van de feiten geen controle lijkt te hebben over zijn gedrag wordt volgens de klachtencommissie ondersteund door het feit dat hij blijkens de voorlopige maatregel zelf om een time-out vroeg om tot rust te komen. Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten niet afdoende gemotiveerd. De motivering voldoet niet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is gegrond. De bestreden tuchtbeslissing wordt vernietigd. Klager krijgt als tegemoetkoming een ongestoord bezoek.
De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten als het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden (artikel 130, 1° Basiswet) en het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel (artikel 130, 3° Basiswet). De klachtencommissie acht de kwalificaties correct en afdoende gemotiveerd.
In het voorliggend dossier motiveert de directie dat ze klager (geïnterneerd) verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten op basis van de volgende elementen:
(1) Betrokkene geeft aan goed te beseffen dat dergelijke zaken niet kunnen. De klachtencommissie stelt vast dat klager dit ter tuchtzitting aanhaalt. De klachtencommissie wijst er nogmaals op dat de vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, slaat op de vraag of de persoon op het moment van de feiten helder en bewust was, en dus over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft de feiten te plegen. Dat klager nadien (ter tuchtzitting) schuldinzicht vertoont, zegt niets over zijn toestand op het ogenblik van de feiten. Dit element is dan ook niet afdoende.
(2) Klager gaat rond schijnbaar normale vragen extreem in discussie en schuwt daarbij onbeleefdheden niet. De klachtencommissie stelt vast dat de directie zich terecht uitspreekt over de toestand van klager op het moment van de feiten. De klachtencommissie meent echter dat hiermee net gemotiveerd wordt dat klager niet over vrije wil en oordeelsvermogen beschikt en met name op het moment van de feiten géén controle leek te hebben over zijn reactie. In het voorliggend dossier is de verwijzing naar het RAD volgens de klachtencommissie dan ook eerder een element dat pleit tégen de toerekenbaarheid van de feiten. De stelling dat klager op het moment van de feiten geen controle lijkt te hebben over zijn gedrag wordt volgens de klachtencommissie ondersteund door het feit dat hij blijkens de voorlopige maatregel zelf om een time-out vroeg om tot rust te komen. Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten niet afdoende gemotiveerd. De motivering voldoet niet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is gegrond. De bestreden tuchtbeslissing wordt vernietigd. Klager krijgt als tegemoetkoming een ongestoord bezoek.