TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK - SANCTIE
In het RAD wordt beschreven hoe klager en de medegedetineerde elkaar meteen fysiek ‘aanvliegen’ wanneer klager bij hem in het wachtlokaal wordt geplaatst. Aangezien klager niet ter tuchtzitting wou verschijnen, voerde hij geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD.
Klager voert in zijn klacht wel een verantwoording aan voor zijn gedrag en legt de schuld ervan bij de directie. De oorzaak van de vechtpartij is volgens hem immers het gegeven dat hij door de directie in het wachtlokaal werd geplaatst samen met iemand waarmee hij ruzie heeft, terwijl de directie hiervan op de hoogte was. De klachtencommissie meent dat er van twee gedetineerden steeds verwacht mag én kan worden dat zij zich gedurende een korte tijdspanne en in afwachting van een tuchtzitting in hetzelfde wachtlokaal zouden bevinden, ook al zouden zij onderling een conflict hebben dat op voorhand reeds gemeld zou zijn aan de directie. De klachtencommissie vindt dan ook dat het gedrag van klager hierdoor niet vergoelijkt kan worden en dat hij zelf de volle verantwoordelijkheid blijft dragen voor zijn reactie.
De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie voortging op de materiële vaststellingen in het RAD en de feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.
Klager liep een aantal aaneensluitende ATV-sancties op ten belope van (in totaal) reeds 30 dagen. Blijkens het tuchtregister van klager bevond hij zich op het ogenblik van de feiten onder ATV.
Indien, tijdens zijn periode van ATV, de gedetineerde een zware aanslag pleegt op de fysieke integriteit van een persoon, kan de afzondering op cel verlengd worden, op basis van een nieuwe tuchtbeslissing. De ATV kan als gevolg van deze opeenvolgende beslissingen in geen geval 45 dagen overschrijden (artikel 142 Basiswet). De klachtencommissie is van oordeel dat er in het voorliggend geval inderdaad sprake was van een zware aanslag op de fysieke integriteit van een persoon. De directie was dan ook gerechtigd om de ATV van klager nog met maximum 15 extra dagen te verlengen. Klager kreeg bijkomend 10 dagen ATV. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.
In het RAD wordt beschreven hoe klager en de medegedetineerde elkaar meteen fysiek ‘aanvliegen’ wanneer klager bij hem in het wachtlokaal wordt geplaatst. Aangezien klager niet ter tuchtzitting wou verschijnen, voerde hij geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD.
Klager voert in zijn klacht wel een verantwoording aan voor zijn gedrag en legt de schuld ervan bij de directie. De oorzaak van de vechtpartij is volgens hem immers het gegeven dat hij door de directie in het wachtlokaal werd geplaatst samen met iemand waarmee hij ruzie heeft, terwijl de directie hiervan op de hoogte was. De klachtencommissie meent dat er van twee gedetineerden steeds verwacht mag én kan worden dat zij zich gedurende een korte tijdspanne en in afwachting van een tuchtzitting in hetzelfde wachtlokaal zouden bevinden, ook al zouden zij onderling een conflict hebben dat op voorhand reeds gemeld zou zijn aan de directie. De klachtencommissie vindt dan ook dat het gedrag van klager hierdoor niet vergoelijkt kan worden en dat hij zelf de volle verantwoordelijkheid blijft dragen voor zijn reactie.
De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie voortging op de materiële vaststellingen in het RAD en de feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.
Klager liep een aantal aaneensluitende ATV-sancties op ten belope van (in totaal) reeds 30 dagen. Blijkens het tuchtregister van klager bevond hij zich op het ogenblik van de feiten onder ATV.
Indien, tijdens zijn periode van ATV, de gedetineerde een zware aanslag pleegt op de fysieke integriteit van een persoon, kan de afzondering op cel verlengd worden, op basis van een nieuwe tuchtbeslissing. De ATV kan als gevolg van deze opeenvolgende beslissingen in geen geval 45 dagen overschrijden (artikel 142 Basiswet). De klachtencommissie is van oordeel dat er in het voorliggend geval inderdaad sprake was van een zware aanslag op de fysieke integriteit van een persoon. De directie was dan ook gerechtigd om de ATV van klager nog met maximum 15 extra dagen te verlengen. Klager kreeg bijkomend 10 dagen ATV. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.