Ga verder naar de inhoud

KC21/23-0169

Ongegrond KC - Merksplas Klachtencommissie Tucht
TUCHT - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING - SANCTIE

In het voorliggend dossier besloot dat directie dat er geen noodzaak was tot het bekijken van camerabeelden omdat de vaststellingen in het RAD duidelijk waren. In haar schriftelijk verweer voegt ze hieraan toe dat klager geen geloofwaardige tegenindicaties aanvoerde die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD en uiteindelijk ook toegaf dat er fysiek contact was tussen hem en de medegedetineerde, zodat het bekijken van beelden zeker niet noodzakelijk was. De klachtencommissie acht de beslissing om geen camerabeelden te bekijken redelijk.

De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte op basis van de gedetailleerde vaststellingen in het RAD.

Doordat de directie vergat om de inbreuk aan te kruisen is de kwalificatie van de feiten op het eerste zicht onduidelijk. De klachtencommissie meent echter dat deze onnauwkeurigheid in het voorliggend dossier geen aanleiding hoeft te geven tot de nietigheid van de tuchtbeslissing. Gelet op het gegeven dat de directie wel aankruiste dat het om een inbreuk van artikel 129 Basiswet gaat en er boven de tabel verwezen wordt naar een gevecht op de wandeling, meent de klachtencommissie dat het voldoende duidelijk is dat de feiten gekwalificeerd werden als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.

Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie. In geval van een inbreuk van de eerste categorie kan er voor een maximumduur van 30 dagen een afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte worden opgelegd (artikel 132, 3° Basiswet). Klager kreeg 8 dagen ATV voorwaardelijk. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.