Ga verder naar de inhoud

KC21/23-0172

Gegrond KC - Merksplas Klachtencommissie Tucht
TUCHT - GEÏNTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING - TEGEMOETKOMING

Het RAD beschrijft de vaststelling van een verbroken zegel van de DVD-speler en de vondst van een USB-stick ter gelegenheid van een celcontrole. Klager erkent de feiten ter tuchtzitting. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde beide feiten (verbreken verzegeling en bezit USB) als het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificaties correct en afdoende gemotiveerd.

De directie motiveert dat ze klager (geïnterneerd) verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten op basis van de volgende elementen:
(1) De uitleg tijdens de hoorzitting is helder en coherent. De klachtencommissie wijst er nogmaals op dat de vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, slaat op de vraag of de persoon op het moment van de feiten helder en bewust was, en dus over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft de feiten te plegen. Met een verwijzing naar de toestand van klager op het ogenblik van de tuchtrechtelijke hoorzitting spreekt de directie zich niet uit over de toestand van klager op het ogenblik van de feiten. Dit element is dan ook niet afdoende.
(2) Er zijn geen aanwijzingen in het RAD dat betrokkene ontoerekenbaar was op het moment van de feiten: hij plande doelbewust zijn handelingen. De klachtencommissie stelt vast dat de directie, door te verwijzen naar het RAD zich terecht uitspreekt over de toestand van klager op het moment van de (ontdekking van de) feiten. De klachtencommissie herinnert eraan dat in geval van een geïnterneerde de ontoerekenbaarheid het uitgangspunt is. Er zijn dan ook geen aanwijzingen in die zin nodig. Het komt aan de directie toe om te motiveren waarom ze de specifieke feiten wél toerekenbaar acht. Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten niet afdoende gemotiveerd. De motivering voldoet niet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet.

De klachtencommissie merkt tot slot op dat de directie in de motivering schrijft “wel stelt hij dat hij opnieuw een USB zal binnenbrengen” en “om die reden ook in de toekomst op onrechtmatige wijze USB’s zal trachten te bezitten”. De klachtencommissie leest nergens in het verslag van de tuchtzitting dat klager dit zou gezegd hebben. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd. Klager krijgt als tegemoetkoming een extra douche.