KC21/24-0003
Onontvankelijk
KC - Merksplas
Klachtencommissie
Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID
Klager meent dat er sprake is van een verzuim om dat de directie niet antwoordde op een rapportbriefje. Het niet-antwoorden op een rapportbriefje maakt niet automatisch een verzuim tot het nemen van een beslissing uit. Dit hangt af van het voorwerp van het rapportbriefje. De klachtencommissie stelt vast dat klager een vraag stelde in verband met een beslissing die ten aanzien van een medegedetineerde werd genomen. Deze vraag kan volgens de klachtencommissie als enigszins retorisch van aard bestempeld worden nu klager vooral een frustratie lijkt aan te kaarten. Ze moest volgens de klachtencommissie in elk geval niet leiden tot een concrete beslissing van de directeur ten aanzien van klager, zodat er niet kan besloten worden tot een verzuim in de zin van artikel 148, tweede lid Basiswet. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager meent dat er sprake is van een verzuim om dat de directie niet antwoordde op een rapportbriefje. Het niet-antwoorden op een rapportbriefje maakt niet automatisch een verzuim tot het nemen van een beslissing uit. Dit hangt af van het voorwerp van het rapportbriefje. De klachtencommissie stelt vast dat klager een vraag stelde in verband met een beslissing die ten aanzien van een medegedetineerde werd genomen. Deze vraag kan volgens de klachtencommissie als enigszins retorisch van aard bestempeld worden nu klager vooral een frustratie lijkt aan te kaarten. Ze moest volgens de klachtencommissie in elk geval niet leiden tot een concrete beslissing van de directeur ten aanzien van klager, zodat er niet kan besloten worden tot een verzuim in de zin van artikel 148, tweede lid Basiswet. De klacht is niet-ontvankelijk.
Er werd een beroepsdossier met referentie BC/24-0017 opgestart