Ga verder naar de inhoud

KC21/24-0007

Gegrond KC - Merksplas Klachtencommissie Tucht
TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK - ARBEID

Klager erkende ter tuchtzitting dat hij niet bij de opening van de cellen om 6u30 naar de dokter vroeg, maar wel nog vóór 7u, door het ontsteken van het oproepingslampje. Volgens de klachtencommissie brengt klager geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van dat RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten (het niet willen gaan werken om 8u) bewezen achtte.

De directie kwalificeerde de feiten als het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie niet correct. De directie koppelt de ‘werkweigering’ aan het gegeven dat klager volgens haar die ochtend niet tijdig om een consultatie bij de dokter verzocht. De klachtencommissie stelt vast dat het huishoudelijk reglement enigszins vrijblijvend geformuleerd is inzake het vragen van een consultatie bij de dokter (“telkens hij erom verzoekt” enerzijds en “kan bij de ochtendopening vragen” anderzijds). De klachtencommissie meent dat het gegeven dat klager mogelijks te laat was om een consultatie bij de dokter te vragen op zich geen sanctioneerbare inbreuk uitmaakt, en al zeker geen werkweigering.

Een werkweigering heeft volgens de klachtencommissie te maken met het respecteren van de regels onder hoofdstuk XI Arbeid. Hieruit blijkt dat een gedetineerde vóór 7u moet melden dat hij ziek is. Uit het relaas van klager blijkt dat hij weliswaar niet bij de celopening, maar in elk geval vóór 7u gemeld heeft aan de PBA (of dit althans geprobeerd heeft) dat hij ziek was. Dat klager mogelijks te laat was voor een consultatie bij de dokter doet geen afbreuk aan het gegeven dat hij zich te ziek voelde om te gaan werken. Volgens de klachtencommissie was er dan ook geen sprake van een werkweigering waarbij het huishoudelijk reglement werd overtreden. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd.