TUCHT - BEWIJS
In het voorliggend dossier heeft de directeur zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD van 1 februari 2024. Dit RAD beschrijft een verstopping in de leidingen ter hoogte van de cel van klager, veroorzaakt door brood en tijdschriften. Ter tuchtzitting brengt klager twee tegenindicaties aan: hij neemt geen brood aan van de eetkar; hij ontvangt wel tijdschriften (maar niet altijd), maar hij scheurt er niets uit. Klager bracht volgens de klachtencommissie aldus tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. Het kwam aan de directie toe om deze tegenindicaties te onderzoeken en te beoordelen.
De klachtencommissie stelt vast dat uit de tuchtbeslissing niet blijkt dat er navraag werd gedaan inzake het brood. Voor wat betreft de tijdschriften werd er wel geopperd dat klager van de nabije kamers de enige is die tijdschriften bestelt, doch er werd niet nagegaan of klager de bestelde tijdschriften inderdaad nog (integraal) op zijn cel heeft, zoals hij ter tuchtzitting aanhaalt. Ook vermeldt het RAD niet wélke tijdschriften verscheurd werden aangetroffen. Blijkens de klacht van klager bestelt hij enkel de Humo. Volgens de klachtencommissie deed de directie in het voorliggend dossier aan onzorgvuldige feitenvinding. De door klager aangebrachte tegenindicaties werden onvoldoende onderzocht.
De klachtencommissie wijst er ook op dat ze de redenering dat klager ‘wetens en willens’ goederen door de riolering stak, onder andere omdat klager geen verklaring kan geven voor het terechtkomen van de tijdschriften in de riolering niet kan volgen. Het komt aan de directeur toe om de schuld van klager te bewijzen. De schuld van klager vloeit niet automatisch voort uit het gegeven dat hij geen verklaring kan geven voor het gebeurde.
De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd.
In het voorliggend dossier heeft de directeur zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD van 1 februari 2024. Dit RAD beschrijft een verstopping in de leidingen ter hoogte van de cel van klager, veroorzaakt door brood en tijdschriften. Ter tuchtzitting brengt klager twee tegenindicaties aan: hij neemt geen brood aan van de eetkar; hij ontvangt wel tijdschriften (maar niet altijd), maar hij scheurt er niets uit. Klager bracht volgens de klachtencommissie aldus tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. Het kwam aan de directie toe om deze tegenindicaties te onderzoeken en te beoordelen.
De klachtencommissie stelt vast dat uit de tuchtbeslissing niet blijkt dat er navraag werd gedaan inzake het brood. Voor wat betreft de tijdschriften werd er wel geopperd dat klager van de nabije kamers de enige is die tijdschriften bestelt, doch er werd niet nagegaan of klager de bestelde tijdschriften inderdaad nog (integraal) op zijn cel heeft, zoals hij ter tuchtzitting aanhaalt. Ook vermeldt het RAD niet wélke tijdschriften verscheurd werden aangetroffen. Blijkens de klacht van klager bestelt hij enkel de Humo. Volgens de klachtencommissie deed de directie in het voorliggend dossier aan onzorgvuldige feitenvinding. De door klager aangebrachte tegenindicaties werden onvoldoende onderzocht.
De klachtencommissie wijst er ook op dat ze de redenering dat klager ‘wetens en willens’ goederen door de riolering stak, onder andere omdat klager geen verklaring kan geven voor het terechtkomen van de tijdschriften in de riolering niet kan volgen. Het komt aan de directeur toe om de schuld van klager te bewijzen. De schuld van klager vloeit niet automatisch voort uit het gegeven dat hij geen verklaring kan geven voor het gebeurde.
De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd.