KC21/24-0046
Gegrond
Tegemoetkoming
KC - Merksplas
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
WANDELING - TEGEMOETKOMING
Klager voert aan dat hij tijdens zijn bijzondere veiligheidsmaatregel op 2 april 2024 niet individueel mocht gaan wandelen, hoewel hij hierom verzocht had. De directie nam deze beslissing op basis van verklaringen van klager ten aanzien van een beambte, waarin hij aangaf dat indien men hem individueel zou laten wandelen (en niet met de gemeenschappelijke wandeling zou laten meegaan), hij zou weigeren om binnen te komen. De gedetineerde heeft recht op een dagelijkse wandeling of een andere recreatieve activiteit van minstens één uur in de buitenlucht (artikel 79, §1 Basiswet). Dit recht is een absoluut recht. De Basiswet bepaalt geen uitzonderingen, ook niet in het kader van de handhaving van de orde of de veiligheid, zoals dat voor andere rechten in het kader van de vrijetijdsbesteding het geval is. Volgens de klachtencommissie was er dan ook sprake van een schending van het recht van klager om één uur in de buitenlucht te verblijven, door hem te verbieden om (gelet op zijn BVM: individueel) te wandelen. Losstaand van de achterliggende beweegreden, was de beslissing van de directie aldus onwettig. De klacht is gegrond. De beslissing wordt vernietigd. Klager krijgt als tegemoetkoming een extra wandeling.
Klager voert aan dat hij tijdens zijn bijzondere veiligheidsmaatregel op 2 april 2024 niet individueel mocht gaan wandelen, hoewel hij hierom verzocht had. De directie nam deze beslissing op basis van verklaringen van klager ten aanzien van een beambte, waarin hij aangaf dat indien men hem individueel zou laten wandelen (en niet met de gemeenschappelijke wandeling zou laten meegaan), hij zou weigeren om binnen te komen. De gedetineerde heeft recht op een dagelijkse wandeling of een andere recreatieve activiteit van minstens één uur in de buitenlucht (artikel 79, §1 Basiswet). Dit recht is een absoluut recht. De Basiswet bepaalt geen uitzonderingen, ook niet in het kader van de handhaving van de orde of de veiligheid, zoals dat voor andere rechten in het kader van de vrijetijdsbesteding het geval is. Volgens de klachtencommissie was er dan ook sprake van een schending van het recht van klager om één uur in de buitenlucht te verblijven, door hem te verbieden om (gelet op zijn BVM: individueel) te wandelen. Losstaand van de achterliggende beweegreden, was de beslissing van de directie aldus onwettig. De klacht is gegrond. De beslissing wordt vernietigd. Klager krijgt als tegemoetkoming een extra wandeling.