TUCHT - ORDEMAATREGEL - ARBEID - ONTSLAG - VERTROUWENSFUNCTIE
Volgens de klachtencommissie voerde klager ter tuchtzitting geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het dan ook redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte op basis van het RAD. De klachtencommissie acht ook de beslissing om de camerabeelden niet te bekijken redelijk. De beambte vroeg klager tot tweemaal toe om het voorwerp in zijn broekzak af te geven. De directie kwalificeerde de feiten als het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel van de gevangenis (artikel 130, 3° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd. Klager pleegde een inbreuk van de tweede categorie en kreeg hiervoor 8 dagen ATV. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.
De klachtencommissie acht het niet onredelijk dat de directie de afloop van de tuchtsanctie van 8 dagen ATV niet afwachtte alvorens klager bij ordemaatregel te ontslaan. De klachtencommissie ziet immers niet in hoe het louter verstrijken van de 8 dagen tuchtsanctie in hoofde van de directie tot een ander oordeel zou kunnen leiden omtrent de ongeschiktheid van klager voor een vertrouwensfunctie. De directie motiveerde waarom klager volgens haar niet langer beantwoordt aan de voor de arbeidspost gestelde vereisten door te verwijzen naar het gegeven dat hij zich onttrok aan penitentiaire controle. Volgens de klachtencommissie werd het ontslag van klager afdoende gemotiveerd. De motivering stelt klager in staat de redenen van zijn ontslag te begrijpen, ook al is hij het er niet mee eens. De klachtencommissie acht het ontslag wettelijk. Aangezien dit reeds klager zijn tweede kans was om zich te bewijzen na een eerder tuchtfeit, acht de klachtencommissie het ontslag redelijk. De klacht is ongegrond.
Volgens de klachtencommissie voerde klager ter tuchtzitting geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het dan ook redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte op basis van het RAD. De klachtencommissie acht ook de beslissing om de camerabeelden niet te bekijken redelijk. De beambte vroeg klager tot tweemaal toe om het voorwerp in zijn broekzak af te geven. De directie kwalificeerde de feiten als het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel van de gevangenis (artikel 130, 3° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd. Klager pleegde een inbreuk van de tweede categorie en kreeg hiervoor 8 dagen ATV. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.
De klachtencommissie acht het niet onredelijk dat de directie de afloop van de tuchtsanctie van 8 dagen ATV niet afwachtte alvorens klager bij ordemaatregel te ontslaan. De klachtencommissie ziet immers niet in hoe het louter verstrijken van de 8 dagen tuchtsanctie in hoofde van de directie tot een ander oordeel zou kunnen leiden omtrent de ongeschiktheid van klager voor een vertrouwensfunctie. De directie motiveerde waarom klager volgens haar niet langer beantwoordt aan de voor de arbeidspost gestelde vereisten door te verwijzen naar het gegeven dat hij zich onttrok aan penitentiaire controle. Volgens de klachtencommissie werd het ontslag van klager afdoende gemotiveerd. De motivering stelt klager in staat de redenen van zijn ontslag te begrijpen, ook al is hij het er niet mee eens. De klachtencommissie acht het ontslag wettelijk. Aangezien dit reeds klager zijn tweede kans was om zich te bewijzen na een eerder tuchtfeit, acht de klachtencommissie het ontslag redelijk. De klacht is ongegrond.