Ga verder naar de inhoud

KC21/24-0104

Onontvankelijk KC - Merksplas Klachtencommissie Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - KLACHTENCOMMISSIE - TEGEMOETKOMING

Klager kreeg bij beslissing in KC21/24-0080 een tegemoetkoming van één extra wandelmoment toegekend. Uit de reactie van de directie inzake de tegemoetkoming (artikel 158 §4, tweede lid Basiswet) die in de beslissing werd opgenomen, blijkt al dat deelname aan een wandelmoment van een andere afdeling niet tot de mogelijkheden behoort, hetgeen logischerwijs impliceert dat het toegekende extra wandelmoment een individueel wandelmoment betreft. Klager is het hier niet mee eens en dient hierover een nieuwe klacht in. De klachtencommissie deed in haar beslissing reeds definitief uitspraak over de tegemoetkoming. Indien klager niet akkoord was met de door de klachtencommissie toegekende tegemoetkoming, diende hij in beroep te gaan bij de beroepscommissie, zoals werd aangegeven onderaan de beslissing van de klachtencommissie die hij ontving. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager verzoekt daarnaast om ook zijn twee celgenoten, die eveneens geraakt werden door de beslissing van het inrichtingshoofd die door hem bestreden werd in KC21/24-0080, een tegemoetkoming toe te kennen. Indien de celgenoten de beslissing die het voorwerp uitmaakte van KC21/24-0080 eveneens hadden willen bestrijden en hiervoor een tegemoetkoming hadden willen bekomen, hadden zij zich binnen de artikel 150, §5 Basiswet voorgeschreven termijn van zeven dagen tot de klachtencommissie moeten wenden. Dit konden zij doen hetzij door middel van een eigen schrijven, hetzij door middel van een schrijven van de hand van klager dat op hun expliciet verzoek en in hun naam werd opgesteld. De klachtencommissie kan in een welbepaald klachtendossier geen tegemoetkoming toekennen aan een andere gedetineerde dan diegene door wie de klacht in dat dossier werd ingediend. De klacht is niet-ontvankelijk.