Ga verder naar de inhoud

KC21/24-0118

Gegrond KC - Merksplas Klachtencommissie Tucht
TUCHT - MOTIVERING - RECHTEN VAN VERDEDIGING

De klachtencommissie meent dat de directie zich voor het bewezen zijn van de feiten inderdaad op het RAD kon beroepen, doch stelt vast dat zij bij haar besluitvorming ook de verklaringen van de medegedetineerde in rekening heeft gebracht. De klachtencommissie merkt op dat de tuchtzitting van klager in de tijd voorafging aan die van de medegedetineerde. In het verslag van de tuchtzitting wordt immers vermeld: “Ik ga de andere ook nog horen en dan beslis ik of er een tuchtprocedure wordt opgestart.”

De klachtencommissie wijst op de volgende elementen:
- De laatste mededeling was verwarrend, aangezien de tuchtprocedure uiteraard reeds was opgestart. De directie diende enkel nog te besluiten of ze een tuchtsanctie zou opleggen.
- Het verslag van de tuchtzitting werd, in weerwil van de aankondiging dat de directie pas na het horen van de medegedetineerde zou beslissen, afgesloten met de vermelding “7 dagen ATV”. Dit werd wellicht pas genoteerd nadat de medegedetineerde gehoord werd en de directie tot een conclusie kwam over de strafmaat. Hierdoor geeft het verslag in elk geval geen waarheidsgetrouwe weergave van hetgeen er ter tuchtzitting werd gezegd.

Uit de aanvullende informatie die door de directie werd bezorgd, concludeert de klachtencommissie in elk geval dat de medegedetineerde, in strijd met artikel 144, §5, vijfde lid Basiswet, werd gehoord in afwezigheid van klager. Ten gevolge hiervan kreeg klager niet de kans zich op dit punt te verweren, dit terwijl de verklaringen van de medegedetineerde blijkens de motivering van de tuchtbeslissing wel in klager zijn nadeel hebben gespeeld. Volgens de klachtencommissie is er dan ook sprake van een miskenning van de rechten van verdediging, met name het recht op tegenspraak. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd.