KC21/24-0121
Onontvankelijk
KC - Merksplas
Klachtencommissie
Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - TERMIJN - EXTERNE RECHTSPOSITIE
Klager beklaagt zich over een beslissing van de directeur van 10 mei 2024. Klager diende zijn klacht pas op 14 september 2024 in. De klacht werd dan ook laattijdig ingediend zonder dat er redenen werden aangehaald om dit te rechtvaardigen.
Bovendien dient men in de klacht zo nauwkeurig mogelijk de beslissing waarover geklaagd wordt en de redenen van de klacht te vermelden (artikel 150 §2 Basiswet). Het is zowel de directie als de klachtencommissie onduidelijk naar welke beslissing klager refereert. Aangezien klager in zijn klacht ingaat op zijn (gebrekkige) voorbereiding van zijn reclassering en het niet-aanschrijven van de KBM door de directie, meent de klachtencommissie dat klager zich beklaagt over (een beslissing die te maken heeft met) zijn externe rechtspositie. De klachtencommissie spreekt zich enkel uit over beslissingen genomen door de directie op basis van de Basiswet en de daaruit voortvloeiende regelgeving, d.w.z. over de ‘interne rechtspositie’. De klacht valt daardoor buiten de bevoegdheid van de klachtencommissie. Klager verwijst ook naar het gebrek aan handelen vanwege de PSD. Ook dergelijke klacht val buiten het toepassingsgebied van het beklagrecht.
Om al deze redenen meent de klachtencommissie dan ook dat de klacht niet-ontvankelijk is.
Klager beklaagt zich over een beslissing van de directeur van 10 mei 2024. Klager diende zijn klacht pas op 14 september 2024 in. De klacht werd dan ook laattijdig ingediend zonder dat er redenen werden aangehaald om dit te rechtvaardigen.
Bovendien dient men in de klacht zo nauwkeurig mogelijk de beslissing waarover geklaagd wordt en de redenen van de klacht te vermelden (artikel 150 §2 Basiswet). Het is zowel de directie als de klachtencommissie onduidelijk naar welke beslissing klager refereert. Aangezien klager in zijn klacht ingaat op zijn (gebrekkige) voorbereiding van zijn reclassering en het niet-aanschrijven van de KBM door de directie, meent de klachtencommissie dat klager zich beklaagt over (een beslissing die te maken heeft met) zijn externe rechtspositie. De klachtencommissie spreekt zich enkel uit over beslissingen genomen door de directie op basis van de Basiswet en de daaruit voortvloeiende regelgeving, d.w.z. over de ‘interne rechtspositie’. De klacht valt daardoor buiten de bevoegdheid van de klachtencommissie. Klager verwijst ook naar het gebrek aan handelen vanwege de PSD. Ook dergelijke klacht val buiten het toepassingsgebied van het beklagrecht.
Om al deze redenen meent de klachtencommissie dan ook dat de klacht niet-ontvankelijk is.
Er werd een beroepsdossier met referentie BC/24-0353 opgestart