KC21/24-0151
Ongegrond
Gegrond
KC - Merksplas
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Tucht
TUCHT - VOORWERPEN -GEÏNTERNEERDE -TOEREKNBAARHEID - TEGEMOETKOMING
De klachten werden ingediend in de gevangenis van Merksplas en gaan over:
(1) de beslissing tot opstart van een tuchtprocedure,
(2) de tuchtbeslissing van 04/11/2024 en
(3) de maatregel van het onthouden van voorwerpen.
De klacht inzake de opstart van de tuchtprocedure is ontvankelijk, maar ongegrond:
Het feit dat de gedetineerde nog gehoord wordt met bijstand van een advocaat, hij zijn middelen van verdediging mondeling dan wel schriftelijk kan uiteenzetten en de directeur nadien een beslissing neemt, zorgt er voor dat de loutere beslissing van de directeur om een tuchtprocedure op te starten vanwege een RAD niet als onwettelijk of onredelijk kan bestempeld worden. Deze klacht is ongegrond.
De klacht inzake de tuchtbeslissing is ontvankelijk en gegrond:
Klager kreeg bij tuchtbeslissing van 04/11/2024 een tuchtsanctie van 5 dagen ATV voor de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen of de bedreiging daarmee, een tuchtinbreuk van eerste categorie. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie heeft nagelaten om te motiveren waarom de psychische integriteit van het vermelde PSD-lid zou zijn aangetast nu de tekening niet aan deze persoon werd overhandigd en het niet eens zeker is dat dit personeelslid naderhand kennis heeft gekregen van de tekening. De vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, slaat op de vraag of de persoon op het moment van de feiten helder en bewust was, en dus over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft om de feiten te plegen. Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten niet afdoende gemotiveerd. Om deze redenen is de klacht tegen de tuchtbeslissing van 04/11/2024 gegrond.
De klacht inzake het uitvoeren van de tuchtbeslissing m.b.t. het aspect ‘het onthouden van voorwerpen’ is ontvankelijk en gegrond:
Op de zitting van 29/01/2025 heeft de directie aangegeven dat er een materiële fout kon gebeurd zijn tijdens de uitvoering van de tuchtsanctie. Een beambte heeft ook het rood formulier waarop “het ontnemen van voorwerpen” geschreven stond, veranderd in een rood formulier waarop enkel de tuchtsanctie “ATV” stond geschreven.
Gelet op het gegeven dat een fout werd gemaakt, dit vervolgens ook werd rechtgezet en de directie op de zitting toegegeven heeft dat een materiële vergissing kon gemaakt zijn, kan de klachtencommissie niet anders dan besluiten dat de klacht tegen de uitvoering van de tuchtbeslissing kennelijk gegrond is.
De klachtencommissie kent aan klager de volgende tegemoetkoming toe: één extra ongestoord bezoek dat dient te worden ingepland binnen de zes maanden vanaf de betekening van huidige beslissing.
De klachten werden ingediend in de gevangenis van Merksplas en gaan over:
(1) de beslissing tot opstart van een tuchtprocedure,
(2) de tuchtbeslissing van 04/11/2024 en
(3) de maatregel van het onthouden van voorwerpen.
De klacht inzake de opstart van de tuchtprocedure is ontvankelijk, maar ongegrond:
Het feit dat de gedetineerde nog gehoord wordt met bijstand van een advocaat, hij zijn middelen van verdediging mondeling dan wel schriftelijk kan uiteenzetten en de directeur nadien een beslissing neemt, zorgt er voor dat de loutere beslissing van de directeur om een tuchtprocedure op te starten vanwege een RAD niet als onwettelijk of onredelijk kan bestempeld worden. Deze klacht is ongegrond.
De klacht inzake de tuchtbeslissing is ontvankelijk en gegrond:
Klager kreeg bij tuchtbeslissing van 04/11/2024 een tuchtsanctie van 5 dagen ATV voor de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen of de bedreiging daarmee, een tuchtinbreuk van eerste categorie. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie heeft nagelaten om te motiveren waarom de psychische integriteit van het vermelde PSD-lid zou zijn aangetast nu de tekening niet aan deze persoon werd overhandigd en het niet eens zeker is dat dit personeelslid naderhand kennis heeft gekregen van de tekening. De vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, slaat op de vraag of de persoon op het moment van de feiten helder en bewust was, en dus over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft om de feiten te plegen. Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten niet afdoende gemotiveerd. Om deze redenen is de klacht tegen de tuchtbeslissing van 04/11/2024 gegrond.
De klacht inzake het uitvoeren van de tuchtbeslissing m.b.t. het aspect ‘het onthouden van voorwerpen’ is ontvankelijk en gegrond:
Op de zitting van 29/01/2025 heeft de directie aangegeven dat er een materiële fout kon gebeurd zijn tijdens de uitvoering van de tuchtsanctie. Een beambte heeft ook het rood formulier waarop “het ontnemen van voorwerpen” geschreven stond, veranderd in een rood formulier waarop enkel de tuchtsanctie “ATV” stond geschreven.
Gelet op het gegeven dat een fout werd gemaakt, dit vervolgens ook werd rechtgezet en de directie op de zitting toegegeven heeft dat een materiële vergissing kon gemaakt zijn, kan de klachtencommissie niet anders dan besluiten dat de klacht tegen de uitvoering van de tuchtbeslissing kennelijk gegrond is.
De klachtencommissie kent aan klager de volgende tegemoetkoming toe: één extra ongestoord bezoek dat dient te worden ingepland binnen de zes maanden vanaf de betekening van huidige beslissing.