Ga verder naar de inhoud

KC21/25-0090

Ongegrond KC - Merksplas Klachtencommissie Tucht
TUCHT - GEÏNTERNEERDE

De klacht betreft een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Merksplas.

De directie kon de feiten kwalificeren als “het niet of onvoldoende rein houden van de verblijfsruimte en de gemeenschappelijke lokalen of het bevuilen van terreinen” .

De beambten vonden ter hoogte van de verblijfsruimte van klager op de vensterbank en grond boordkruimels. Zij zagen nadien dat zijn stoel op zijn tafel geplaatst werd en deze tegen zijn raam stond.

Volgens de klachtencommissie gaat deze redenering van de directie de grenzen van de redelijkheid niet te buiten. De klachtencommissie acht de kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.

De directeur moet in de motivering de elementen opnemen op basis waarvan hij de geïnterneerde verantwoordelijk acht voor zijn daden. De vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, slaat op de vraag of de persoon op het moment van de feiten helder en bewust was, en dus over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft de feiten te plegen.

In het voorliggend dossier motiveert de directie dat ze klager verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten, o.a. wijzend op het feit dat klager op het moment van de feiten (dit blijkt uit het RAD) zeer bewust de feiten pleegde, gelet zijn stoel op zijn tafel stond en deze tegen het raam stonden. Klager legt de oorzaak bij het feit dat het werken met dieren voor hem verlichtend werkt. Dit toont aan dat hij volgens de directie zeer bewust gehandeld heeft.

De klachtencommissie stelt vast dat de directie zich zo goed als mogelijk over de toestand van klager op het moment van de feiten (vlak na de ontdekking ervan) heeft uitgesproken. Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten afdoende gemotiveerd. De motivering voldoet aan artikel 144, §6 juncto artikel 8 van de Basiswet.

Klager pleegde een inbreuk van de tweede categorie. In geval van een inbreuk van de tweede categorie kan er voor een maximumduur van 15 dagen een afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte (hierna: ATV) worden opgelegd. Klager kreeg 5 dagen ATV. Wat de straftoemeting betreft, is de directie binnen de grenzen van de wet en de redelijkheid en billijkheid gebleven.

Om bovenstaande redenen, is de klacht ongegrond.
Er werd een beroepsdossier met referentie BC/25-0266 opgestart