Ga verder naar de inhoud

KC21/25-0155

Ongegrond Gegrond KC - Merksplas Klachtencommissie Voorlopige maatregel Tucht
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - KWALIFICATIE

De directie heeft een voorlopige maatregel opgelegd omdat zij van oordeel was dat de interne veiligheid ernstig en opzettelijk was aangetast. De interne veiligheid is een toestand waarbij in de gevangenis de fysieke integriteit van personen gevrijwaard wordt en waarin roerende of onroerende goederen geen gevaar lopen van wederrechtelijke beschadiging, vernieling of ontvreemding. Uit de motivering van de bestreden beslissing blijkt dat klager zich agressief opstelde naar zijn celgenoot toe. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel wettig was, gelet op de noodzaak om de fysieke integriteit van andere personen aanwezig in de gevangenis te vrijwaren. Gelet op de feiten was de plaatsing van klager in een beveiligde cel ook niet onredelijk of onbillijk. De beslissing tot voorlopige maatregel werd voldoende gemotiveerd. De voorlopige maatregel werd niet genomen met het oog op de onmiddellijke bestraffing. De klacht is bijgevolg niet gegrond. De beslissing waarop de klacht betrekking heeft, blijft bestaan.

Klager heeft ook een klacht ingediend tegen de daaropvolgende tuchtbeslissing. Wat de inbreuk “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee” betreft, ziet de klachtencommissie geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet op het RAD had mogen steunen. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het RAD werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. De directie kon dan ook binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren. De klachtencommissie acht het niet onredelijk dat de feiten beschreven in het RAD als de inbreuk de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (uit het RAD blijkt duidelijk dat klager een celgenoot heeft bedreigd) werden gekwalificeerd. De directie verwijst in haar motivering naar het RAD en verduidelijkt dat klager verontrustende dreigementen heeft geuit. De klachtencommissie acht voormelde kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.

De klachtencommissie merkt wel op dat de directie het volgende in de motivering van haar tuchtbeslissing vermeldt: “Het HR (art. 106 BW) schrijft voor dat de gedetineerde de plicht heeft er zorg voor te dragen dat hij door zijn gedrag ten opzichte van het personeel, medegedetineerden en andere personen de orde (menswaardig samenlevingsklimaat) niet in gevaar brengt. Het uitspreken van verontrustende uitspraken richting een medegedetineerde kan bezwaarlijk nog een constructieve bijdrage tot dit menswaardig samenleven genoemd worden”. De klachtencommissie merkt echter op dat de directie op de tuchtbeslissing (pagina 1) de inbreuk van de eerste categorie “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen” niet heeft aangekruist. De directie kon voormelde elementen bijgevolg dan ook niet opnemen in haar beslissing. Deze passage dient derhalve uit de tuchtbeslissing geschrapt te worden. Om deze redenen is de klacht gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing van 20/08/2025 in zoverre de directie in haar tuchtbeslissing verwijst naar de passage. Voor het overige blijft de tuchtbeslissing overeind.