KC21/25-0170
Ongegrond
KC - Merksplas
Klachtencommissie
Bijzondere veiligheidsmaatregel
BVM - PROPORTIONALITEIT - MOTIVERING
Het opleggen van een BVM is geregeld in de artikelen 110-115 van de Basiswet. De directeur kan bijzondere veiligheidsmaatregelen opleggen wanneer er ernstige aanwijzingen bestaan van een gevaar voor de orde of de veiligheid. De bijzondere veiligheidsmaatregel moet evenredig zijn aan de bedreiging en van dien aard zijn dat hij ze verhelpt. Vooraleer de directeur een beslissing neemt, wordt de gedetineerde gehoord. De gedetineerde wordt vervolgens schriftelijk in kennis gesteld van de beslissing, alsmede van de motieven die aan de beslissing ten grondslag liggen. Een BVM mag tenslotte niet langer duren dan zeven dagen.
Op basis van de verschillende voorvallen en voormelde aanwijzingen kon de directie naar het oordeel van de klachtencommissie wel degelijk besluiten dat een gevaar voor de orde en veiligheid bestond. De BVM ten aanzien van klager was dan ook gerechtvaardigd. Voor de klachtencommissie is het duidelijk dat de directie ten aanzien van klager niet met een repressief of bestraffend oogmerk gehandeld heeft. De BVM werd wel degelijk vanuit veiligheidsoverwegingen genomen. Bovendien is de BVM proportioneel en erop gericht om het concrete risico te verhelpen. De beslissing van de directie is niet onwettig of onredelijk. De klacht is bijgevolg ongegrond. De beslissing waarop de klacht betrekking heeft, blijft bestaan.
Het opleggen van een BVM is geregeld in de artikelen 110-115 van de Basiswet. De directeur kan bijzondere veiligheidsmaatregelen opleggen wanneer er ernstige aanwijzingen bestaan van een gevaar voor de orde of de veiligheid. De bijzondere veiligheidsmaatregel moet evenredig zijn aan de bedreiging en van dien aard zijn dat hij ze verhelpt. Vooraleer de directeur een beslissing neemt, wordt de gedetineerde gehoord. De gedetineerde wordt vervolgens schriftelijk in kennis gesteld van de beslissing, alsmede van de motieven die aan de beslissing ten grondslag liggen. Een BVM mag tenslotte niet langer duren dan zeven dagen.
Op basis van de verschillende voorvallen en voormelde aanwijzingen kon de directie naar het oordeel van de klachtencommissie wel degelijk besluiten dat een gevaar voor de orde en veiligheid bestond. De BVM ten aanzien van klager was dan ook gerechtvaardigd. Voor de klachtencommissie is het duidelijk dat de directie ten aanzien van klager niet met een repressief of bestraffend oogmerk gehandeld heeft. De BVM werd wel degelijk vanuit veiligheidsoverwegingen genomen. Bovendien is de BVM proportioneel en erop gericht om het concrete risico te verhelpen. De beslissing van de directie is niet onwettig of onredelijk. De klacht is bijgevolg ongegrond. De beslissing waarop de klacht betrekking heeft, blijft bestaan.