KC21/25-0175
Onontvankelijk
KC - Merksplas
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Geen beslissing directeur
KLACHTENCOMMISSIE - TEGEMOETKOMING - UITVOERING - TERMIJN - GEEN BESLISSING DIRECTEUR
Het verzuim om uitvoering te geven aan de beslissing van de klachtencommissie is eveneens beklagwaardig, aangezien het een verzuim betreft om te beslissen dat het nodige wordt gedaan opdat de beslissing van de klachtencommissie wordt uitgevoerd. (BC/22-0121). De beslissing van de klachtencommissie in KC21/24-0151 dateert van 2 februari 2025. Ze werd op 3 februari 2025 overgezonden aan de gevangenis. Ze werd op 4 februari 2025 aan klager betekend. De tegemoetkoming van het extra ongestoord bezoek diende binnen een termijn van 6 maanden te worden ingepland. Het gegeven dat de termijn van 6 maanden waarbinnen de tegemoetkoming diende uitgevoerd te worden, begin februari begon te lopen, maakt dat klager reeds begin augustus wist dat de tegemoetkoming niet uitgevoerd werd binnen de door de klachtencommissie opgelegde termijn. Vervolgens wachtte klager echter nog tot eind september met het indienen van een klacht tegen dit verzuim. Volgens de klachtencommissie werd de klacht laattijdig ingediend zonder dat klager elementen aanhaalt die de laattijdige indiening kunnen verantwoorden. De klacht is daarom dan ook niet-ontvankelijk.
Klager dient klacht in tegen het gegeven dat er geen uithaling werd voorzien. Blijkens de titel van de doorgestuurde mail tussen de advocaat van klager en de griffie gaat het om een zitting van 24 september 2025 van de rechtbank van eerste aanleg in kortgeding. De overbrenging van gedetineerden naar de rechtbank behoort tot de bevoegdheid van DAB, een dienst die onder de politie ressorteert. Klachten over de (gebrekkige) werking hiervan vallen dan ook niet onder het toepassingsgebied van het beklagrecht. De klacht is niet-ontvankelijk.
Het verzuim om uitvoering te geven aan de beslissing van de klachtencommissie is eveneens beklagwaardig, aangezien het een verzuim betreft om te beslissen dat het nodige wordt gedaan opdat de beslissing van de klachtencommissie wordt uitgevoerd. (BC/22-0121). De beslissing van de klachtencommissie in KC21/24-0151 dateert van 2 februari 2025. Ze werd op 3 februari 2025 overgezonden aan de gevangenis. Ze werd op 4 februari 2025 aan klager betekend. De tegemoetkoming van het extra ongestoord bezoek diende binnen een termijn van 6 maanden te worden ingepland. Het gegeven dat de termijn van 6 maanden waarbinnen de tegemoetkoming diende uitgevoerd te worden, begin februari begon te lopen, maakt dat klager reeds begin augustus wist dat de tegemoetkoming niet uitgevoerd werd binnen de door de klachtencommissie opgelegde termijn. Vervolgens wachtte klager echter nog tot eind september met het indienen van een klacht tegen dit verzuim. Volgens de klachtencommissie werd de klacht laattijdig ingediend zonder dat klager elementen aanhaalt die de laattijdige indiening kunnen verantwoorden. De klacht is daarom dan ook niet-ontvankelijk.
Klager dient klacht in tegen het gegeven dat er geen uithaling werd voorzien. Blijkens de titel van de doorgestuurde mail tussen de advocaat van klager en de griffie gaat het om een zitting van 24 september 2025 van de rechtbank van eerste aanleg in kortgeding. De overbrenging van gedetineerden naar de rechtbank behoort tot de bevoegdheid van DAB, een dienst die onder de politie ressorteert. Klachten over de (gebrekkige) werking hiervan vallen dan ook niet onder het toepassingsgebied van het beklagrecht. De klacht is niet-ontvankelijk.