KC21/25-0204
Gegrond
KC - Merksplas
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
INDIVIDUEEL DETENTIEPLAN
De Basiswet voorziet een aparte titel inzake detentieplanning. Van zodra een veroordeelde onthaald wordt, begint een onderzoek naar zijn persoon en zijn levenssituatie met de bedoeling een individueel detentieplan op te maken. Dat individueel detentieplan wordt in overleg met de gedetineerde uitgewerkt. Het plan bevat een schets van het detentietraject, inclusief voorstellen van activiteiten waaraan de gedetineerden kan deelnemen, zoals psychosociale begeleidingsprogramma’s of medische of psychologische behandelingsprogramma’s. Tot slot wordt het detentieplan opgenomen in een samenwerkingsprotocol, dat ondertekend wordt door de gedetineerde en door de directeur. Ook een geïnterneerde persoon heeft recht op een detentieplan.
Op 18 augustus 2021 heeft DG EPI aan de lokale gevangenisdirecties een draaiboek doorgestuurd over de opmaak van detentieplannen. De directeur bepaalt samen met de veroordeelde het detentieplan op basis van de noden en behoeften die werden geïdentificeerd. De klachtencommissie besluit dan ook dat er inzake het individueel detentieplan sprake kan zijn van een weigering of een verzuim van de directie om het opstellen van een detentieplan voor klager op te starten.
In haar verweer stelt de directie dat ze ondertussen bezig zijn met de opstart ervan, maar dat dit enige tijd vraagt. Hoewel uit het verweer blijkt dat er in de gevangenis van Merksplas stappen genomen zouden worden om te voldoen aan artikel 38 van de Basiswet, merkt de klachtencommissie op dat nergens uit het verweer van de directie blijkt of dit ook voor klager zelf op initiatief van de directie werd opgestart. Bovendien stelt de klachtencommissie vast dat er op het ogenblik van indiening van de klacht sprake was van een weigering in hoofde van de directie om het initiatief te nemen. Zij verwees klager immers door naar de medische diensten en het zorgteam.
De klacht is gegrond. De klachtencommissie vernietigt de weigeringsbeslissing van de directeur om zelf het individueel detentieplan op te starten en draagt de directie op om, teneinde de gevolgen van deze beslissing ongedaan te maken, binnen de twee maanden na de betekening van deze beslissing een individueel detentieplan voor klager op te starten.
De Basiswet voorziet een aparte titel inzake detentieplanning. Van zodra een veroordeelde onthaald wordt, begint een onderzoek naar zijn persoon en zijn levenssituatie met de bedoeling een individueel detentieplan op te maken. Dat individueel detentieplan wordt in overleg met de gedetineerde uitgewerkt. Het plan bevat een schets van het detentietraject, inclusief voorstellen van activiteiten waaraan de gedetineerden kan deelnemen, zoals psychosociale begeleidingsprogramma’s of medische of psychologische behandelingsprogramma’s. Tot slot wordt het detentieplan opgenomen in een samenwerkingsprotocol, dat ondertekend wordt door de gedetineerde en door de directeur. Ook een geïnterneerde persoon heeft recht op een detentieplan.
Op 18 augustus 2021 heeft DG EPI aan de lokale gevangenisdirecties een draaiboek doorgestuurd over de opmaak van detentieplannen. De directeur bepaalt samen met de veroordeelde het detentieplan op basis van de noden en behoeften die werden geïdentificeerd. De klachtencommissie besluit dan ook dat er inzake het individueel detentieplan sprake kan zijn van een weigering of een verzuim van de directie om het opstellen van een detentieplan voor klager op te starten.
In haar verweer stelt de directie dat ze ondertussen bezig zijn met de opstart ervan, maar dat dit enige tijd vraagt. Hoewel uit het verweer blijkt dat er in de gevangenis van Merksplas stappen genomen zouden worden om te voldoen aan artikel 38 van de Basiswet, merkt de klachtencommissie op dat nergens uit het verweer van de directie blijkt of dit ook voor klager zelf op initiatief van de directie werd opgestart. Bovendien stelt de klachtencommissie vast dat er op het ogenblik van indiening van de klacht sprake was van een weigering in hoofde van de directie om het initiatief te nemen. Zij verwees klager immers door naar de medische diensten en het zorgteam.
De klacht is gegrond. De klachtencommissie vernietigt de weigeringsbeslissing van de directeur om zelf het individueel detentieplan op te starten en draagt de directie op om, teneinde de gevolgen van deze beslissing ongedaan te maken, binnen de twee maanden na de betekening van deze beslissing een individueel detentieplan voor klager op te starten.