Ga verder naar de inhoud

KC21/25-0218

Ongegrond KC - Merksplas Klachtencommissie Tucht
TUCHT - GEÏNTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING

De directeur heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op het RAD van 24 november 2025. Hierin wordt beschreven hoe klager tijdens de postbedeling aan kamer 14 hard op de deur van zijn kamer (15) bonkt. De beambte ziet dat klager met zijn rug naar de deur staat en hard achteruit stampt tegen de deur. Als de beambte aan de deur wil gaan kijken wat er aan de hand is, is klager terug aan tafel gaan zitten. Ter tuchtzitting stelt klager dat hij even getikt heeft om de aandacht te trekken, omdat de chef niet reageerde op zijn oproepingslampje. Volgens de klachtencommissie brachten klager en zijn advocaat ter tuchtzitting geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte.

De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de orde, zoals omschreven in artikel 2, 7° (artikel 129, 5° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.

De directie motiveert dat ze klager (geïnterneerde) verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten, verwijzend naar twee elementen: (1) de beambte ziet dat klager hard tegen de deur stampte. Wanneer hij aan de deur komt, is klager echter terug aan tafel gaan zitten. De directie stelt “Betrokkene lijkt dat bewust te doen om zo de verdenking niet op zichzelf te richten.” en (2) klager ontkent de feiten op de hoorzitting. De directie vindt dat ook dat een bewuste handeling lijkt te zijn om een straf te kunnen ontlopen. Met een verwijzing naar de verklaringen van klager op het moment van de tuchtzitting spreekt de directie zich niet uit over de toestand van klager op het ogenblik van de feiten. Het tweede element is dan ook niet afdoende. Het eerste element handelt daarentegen wel over het gedrag van klager op het ogenblik van de feiten, en de conclusie die de directie daaraan verbindt. Volgens de klachtencommissie ging de directie bij het trekken van deze conclusie de grenzen van de redelijkheid niet te buiten en werd de toerekenbaarheid van de feiten met dit element aldus afdoende gemotiveerd.

Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie en kreeg hiervoor 10 dagen ATV. De klachtencommissie acht de sanctie wettelijk en redelijk.

De klacht is ongegrond.