KC21/25-0219
Ongegrond
Onontvankelijk
KC - Merksplas
Klachtencommissie
Voorlopige maatregel
Tucht
VOORLOPIGE MAATREGEL - GEEN BESLISSING DIRECTEUR - TUCHT - BEWIJS
Klager heeft een klacht ingediend tegen een voorlopige maatregel en een tuchtbeslissing. Hij schrijft in zijn klacht dat hij werd lastiggevallen door zijn celgenoot. Zijn celgenoot kwam aan zijn bed zitten en rookte cocaïne. Toen klager de cipiers daarover aansprak, zeiden ze dat klager in fout was en werd hij verplaatst naar een andere cel. Zijn celgenoot heeft geen tuchtsanctie gekregen. Klager heeft nog nooit een tuchtsanctie opgelopen en hij gedraagt zich in de gevangenis.
Het klachtenbureau deelde mee dat er geen voorlopige maatregel werd opgelegd voorafgaand aan de bestreden tuchtbeslissing. Bij gebreke aan een beslissing van de directeur, besluit de klachtencommissie dat deze klacht niet-ontvankelijk is.
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen of de bedreiging daarmee. De aanleiding voor de tuchtrechtelijke veroordeling blijkt een vechtpartij te zijn geweest tussen klager en zijn celgenoot. Uit de motivering van de tuchtbeslissing blijkt dat de gevangenisdirectie zich bij het bewezen verklaren van de feiten heeft gebaseerd op de vaststellingen in het RAD alsook op de verklaringen die door klager zijn afgelegd tijdens de tuchtzitting. De klachtencommissie meent alvast dat de vaststellingen in het RAD helder en zorgvuldig werden opgesteld. Klager heeft toegegeven dat hij de reactie van de medegedetineerde misschien wel heeft uitgelokt en dat hij zich daarna enkel heeft verdedigd. Hij ontkent de medegedetineerde te hebben aangeraakt. Daarna verklaarde hij echter dat van het ene het andere kwam en uit het RAD blijkt duidelijk dat medegedetineerden klager en de andere gedetineerde uit elkaar moesten halen. Bijgevolg is de klachtencommissie van oordeel dat de directie in redelijkheid en billijkheid mocht besluiten dat klager ook had gevochten en bijgevolg de fysieke integriteit van de medegedetineerde heeft aangetast. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van zeven dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie redelijk en billijk was gelet op het feit het de eerste tuchtinbreuk van klager betrof en desondanks de ernst van de soort inbreuk.
Om deze redenen is de klacht ongegrond.
Klager heeft een klacht ingediend tegen een voorlopige maatregel en een tuchtbeslissing. Hij schrijft in zijn klacht dat hij werd lastiggevallen door zijn celgenoot. Zijn celgenoot kwam aan zijn bed zitten en rookte cocaïne. Toen klager de cipiers daarover aansprak, zeiden ze dat klager in fout was en werd hij verplaatst naar een andere cel. Zijn celgenoot heeft geen tuchtsanctie gekregen. Klager heeft nog nooit een tuchtsanctie opgelopen en hij gedraagt zich in de gevangenis.
Het klachtenbureau deelde mee dat er geen voorlopige maatregel werd opgelegd voorafgaand aan de bestreden tuchtbeslissing. Bij gebreke aan een beslissing van de directeur, besluit de klachtencommissie dat deze klacht niet-ontvankelijk is.
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen of de bedreiging daarmee. De aanleiding voor de tuchtrechtelijke veroordeling blijkt een vechtpartij te zijn geweest tussen klager en zijn celgenoot. Uit de motivering van de tuchtbeslissing blijkt dat de gevangenisdirectie zich bij het bewezen verklaren van de feiten heeft gebaseerd op de vaststellingen in het RAD alsook op de verklaringen die door klager zijn afgelegd tijdens de tuchtzitting. De klachtencommissie meent alvast dat de vaststellingen in het RAD helder en zorgvuldig werden opgesteld. Klager heeft toegegeven dat hij de reactie van de medegedetineerde misschien wel heeft uitgelokt en dat hij zich daarna enkel heeft verdedigd. Hij ontkent de medegedetineerde te hebben aangeraakt. Daarna verklaarde hij echter dat van het ene het andere kwam en uit het RAD blijkt duidelijk dat medegedetineerden klager en de andere gedetineerde uit elkaar moesten halen. Bijgevolg is de klachtencommissie van oordeel dat de directie in redelijkheid en billijkheid mocht besluiten dat klager ook had gevochten en bijgevolg de fysieke integriteit van de medegedetineerde heeft aangetast. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van zeven dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie redelijk en billijk was gelet op het feit het de eerste tuchtinbreuk van klager betrof en desondanks de ernst van de soort inbreuk.
Om deze redenen is de klacht ongegrond.