Ga verder naar de inhoud

KC21/26-0024

Gegrond KC - Merksplas Klachtencommissie Voorlopige maatregel Tucht
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK - MOTIVERING

Klager dient klacht in tegen een voorlopige maatregel. De directeur besliste om klager en de medegedetineerde die door klager werd geslagen te scheiden, waardoor klager van de deelname van bepaalde gemeenschappelijke activiteiten werd uitgesloten en dit op basis van de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid (artikel 145, §1, eerste lid Basiswet). De klachtencommissie meent dat uit de motivering van de voorlopige maatregel voldoende blijkt in welke zin de interne veiligheid ernstig en opzettelijk werd aangetast. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel in het voorliggend dossier wettig, redelijk en billijk was. De klacht is ongegrond.

Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing. De directeur baseerde zich op het RAD. Volgens de klachtencommissie bracht klager ter tuchtzitting geen elementen aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten als de de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet). De klachtencommissie vindt de kwalificatie correct maar wijst erop dat de loutere verwijzing naar de slagen die klager aan de medegedetineerde toebracht afdoende was ter motivering van de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit. De verwijzingen naar een passage uit het huishoudelijk reglement en naar het menswaardig samenlevingsklimaat zijn niet wenselijk en nodeloos verwarrend. De klachtencommissie meent dan ook dat deze passage uit de motivering van de tuchtbeslissing geschrapt dient te worden. Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie en kreeg 15 dagen ATV. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk.
De klacht is gedeeltelijk gegrond.
- De klachtencommissie beslist tot de gedeeltelijke vernietiging (artikel 158, §3, 3° Basiswet) van de motivering gaande van “Het HR (art. 106 BW) schrijft voor dat (…)” tot en met “(…) menswaardig samenleven genoemd worden.”
- De tuchtbeslissing blijft overeind voor wat betreft de inbreuk van artikel 129, 1° Basiswet, de motivering hiervan en de opgelegde tuchtsanctie van 15 dagen ATV.