Ga verder naar de inhoud

KC25/22-0005

Ongegrond KC - Oudenaarde Klachtencommissie Tucht Ordemaatregel
ORDEMAATREGEL - TUCHT - ARBEID

Klager kreeg in voorliggende zaak een tuchtsanctie van 14 dagen afzondering op de hem toegewezen verblijfsruimte (“ATV”) omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan “de opzettelijke aantasting van de orde” zijnde een tuchtrechtelijke inbreuk van de eerste categorie.
Klager ontkent niet dat hij geslagen heeft. Ook in zijn klacht erkent klager dat hij een fout heeft gemaakt. Daarnaast werden het rapport aan de directeur duidelijk en nauwkeurig omschreven en brengt klager geen elementen naar voor waarom getwijfeld dient te worden aan de inhoud van deze rapporten. De klacht tegen de tuchtbeslissing is ongegrond.

Een gedetineerde heeft het recht om deel te nemen aan de in de gevangenis beschikbare arbeid. De directeur staat in voor de toewijzing van de arbeid aan de gedetineerden die om arbeid verzocht hebben.
Deze bevoegdheid van de directeur wordt niet nader geregeld in de wet waardoor ook de beslissingen die hij of zij in dat kader kan nemen niet aan specifieke voorwaarden dienen te voldoen. Het toewijzen van arbeid is met andere woorden een discretionaire en geen gebonden bevoegdheid van de directeur. De directeur oordeelt dus vrij over de geschiktheid van de gedetineerde voor een bepaalde werkplaats of een bepaalde functie.
De klachtencommissie begrijpt dat het beschreven gedrag van klager niet strookt met het gedrag dat verwacht wordt van iemand die tewerkgesteld is. Klager was agressief ten aanzien van een andere gedetineerde en dit in het werkhuis. De Klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de beslissing om hem af zetten in verhouding staat met de feiten en vindt het ontslag terecht. De klacht tegen de ordemaatregel tot afzetting van werk is ongegrond.