TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - VERBODEN VOORWERPEN - HUISHOUDELIJK REGLEMENT - ORDEMAATREGEL - BEZOEK
De klacht betreft een tuchtbeslissing en een ordemaatregel van 11/10/2024 van de directie van de gevangenis.
Wat betreft de klacht m.b.t. de tuchtbeslissing:
De tuchtbeslissing is gebaseerd op twee RADs van 09/10/2024. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting van 11/10/2024 geeft klager de feiten toe en verklaart hij dat de spullen binnen zijn gekomen via zijn bezoek. Hij verklaart wel dat hij geen handdoek kreeg tijdens de eerste naaktfouille. Bovendien begreep hij ook niet waarom hij 20 minuten later opnieuw werd onderworpen aan een naaktfouille. Hij benadrukt dat hij heeft meegewerkt. De directie benadrukt tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting dat tafelbezoek met zijn echtgenote mogelijk blijft.
Klager kreeg in voorliggende zaak een tuchtsanctie van 7 dagen ATV omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan 1) het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden
voorwerpen of substanties en 2) het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen.
De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op de 2 RAD’s en de tuchtrechtelijke hoorzitting. De directie kon
de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in de 2 RAD’s werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. ‘Snus’ is inderdaad verboden in België (cfr. het KB van 14 maart 2023,
Koninklijk Besluit van 14/03/2023 betreffende het verbod op het in de handel brengen van bepaalde soortgelijke producten (openjustice.be)) en de directie verwijst in haar tuchtbeslissing correct naar
een bepaling van het huishoudelijk reglement van de gevangenis van Oudenaarde. Klager ontkent de feiten niet tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting en ook niet in zijn klachtenformulier.
De motivering in de tuchtbeslissing voldoet volgens de klachtencommissie ook aan de vereisten van artikel 8 van de Basiswet.
De eerste kwalificatie is een tuchtvergrijp van de eerste categorie. De opgelegde tuchtsanctie van 7 dagen ATV valt nog steeds binnen het wettelijke maximum voor een tuchtinbreuk eerste categorie,
wat 30 dagen is. De klachtencommissie acht een tuchtsanctie van 7 dagen ATV niet onredelijk voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie, gegeven de geringe impact ervan en de maximumsanctie
die de directie kon opleggen. Om deze redenen is de klacht ongegrond.
Wat betreft de klacht m.b.t. de ordemaatregel:
De directie besliste tot het tijdelijk (gedurende twee maanden) ontzeggen van ongestoord bezoek tussen klager en zijn bezoekster en dit vanaf 11/10/2024 t.e.m. 11/12/2024. De klachtencommissie
acht deze beslissing niet onwettig, onredelijk of onbillijk. Zij wenst er de directie wel op te wijzen dat het aangewezen is om in de ordemaatregel zelf de concrete rechtsgrond te vermelden op basis waarvan de beslissing wordt genomen, meer specifiek welke van de drie hierboven aangehaalde hypotheses uit artikel 59, § 1, derde lid van de Basiswet de directie toepast.
Op basis van de beschikbare informatie is het voor de klachtencommissie duidelijk dat in ieder geval minstens één van deze beschreven situaties van toepassing is, met name de volgende situatie:
“wanneer de gedetineerde of de bezoeker niet-toegelaten voorwerpen in de gevangenis heeft binnengebracht”. Na het ongestoord bezoek werden er een aantal niet-toegelaten voorwerpen
(contant geld (een briefje van 50,00 euro), twee flesjes parfum, 3 doosjes ‘Snus’ en 3 pakjes lange blaadjes) in de gevangenis gebracht. Klager heeft dit ook niet ontkend tijdens de tuchtrechtelijke
hoorzitting. Klager en zijn bezoekster kennen de regels, aangezien het niet het eerste bezoek betrof.
Het valt binnen de discretionaire bevoegdheid van de directie om te oordelen dat hierdoor de bezoekregeling niet werd nageleefd en er redenen bestonden om aan te nemen dat deze inbreuk
zich kon herhalen. Hoewel de directie deze redenen, net als de specifieke rechtsgrond, beter ook had vermeld in de ordemaatregel zelf, acht de klachtencommissie het ontbreken daarvan in dit
specifieke geval niet onwettig, onredelijk of onbillijk. Gelet op voormelde wijst de klachtencommissie de vraag tot schorsing van de ordemaatregel van klager dan ook af.
De klacht is om deze redenen ongegrond.
De klacht betreft een tuchtbeslissing en een ordemaatregel van 11/10/2024 van de directie van de gevangenis.
Wat betreft de klacht m.b.t. de tuchtbeslissing:
De tuchtbeslissing is gebaseerd op twee RADs van 09/10/2024. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting van 11/10/2024 geeft klager de feiten toe en verklaart hij dat de spullen binnen zijn gekomen via zijn bezoek. Hij verklaart wel dat hij geen handdoek kreeg tijdens de eerste naaktfouille. Bovendien begreep hij ook niet waarom hij 20 minuten later opnieuw werd onderworpen aan een naaktfouille. Hij benadrukt dat hij heeft meegewerkt. De directie benadrukt tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting dat tafelbezoek met zijn echtgenote mogelijk blijft.
Klager kreeg in voorliggende zaak een tuchtsanctie van 7 dagen ATV omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan 1) het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden
voorwerpen of substanties en 2) het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen.
De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op de 2 RAD’s en de tuchtrechtelijke hoorzitting. De directie kon
de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in de 2 RAD’s werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. ‘Snus’ is inderdaad verboden in België (cfr. het KB van 14 maart 2023,
Koninklijk Besluit van 14/03/2023 betreffende het verbod op het in de handel brengen van bepaalde soortgelijke producten (openjustice.be)) en de directie verwijst in haar tuchtbeslissing correct naar
een bepaling van het huishoudelijk reglement van de gevangenis van Oudenaarde. Klager ontkent de feiten niet tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting en ook niet in zijn klachtenformulier.
De motivering in de tuchtbeslissing voldoet volgens de klachtencommissie ook aan de vereisten van artikel 8 van de Basiswet.
De eerste kwalificatie is een tuchtvergrijp van de eerste categorie. De opgelegde tuchtsanctie van 7 dagen ATV valt nog steeds binnen het wettelijke maximum voor een tuchtinbreuk eerste categorie,
wat 30 dagen is. De klachtencommissie acht een tuchtsanctie van 7 dagen ATV niet onredelijk voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie, gegeven de geringe impact ervan en de maximumsanctie
die de directie kon opleggen. Om deze redenen is de klacht ongegrond.
Wat betreft de klacht m.b.t. de ordemaatregel:
De directie besliste tot het tijdelijk (gedurende twee maanden) ontzeggen van ongestoord bezoek tussen klager en zijn bezoekster en dit vanaf 11/10/2024 t.e.m. 11/12/2024. De klachtencommissie
acht deze beslissing niet onwettig, onredelijk of onbillijk. Zij wenst er de directie wel op te wijzen dat het aangewezen is om in de ordemaatregel zelf de concrete rechtsgrond te vermelden op basis waarvan de beslissing wordt genomen, meer specifiek welke van de drie hierboven aangehaalde hypotheses uit artikel 59, § 1, derde lid van de Basiswet de directie toepast.
Op basis van de beschikbare informatie is het voor de klachtencommissie duidelijk dat in ieder geval minstens één van deze beschreven situaties van toepassing is, met name de volgende situatie:
“wanneer de gedetineerde of de bezoeker niet-toegelaten voorwerpen in de gevangenis heeft binnengebracht”. Na het ongestoord bezoek werden er een aantal niet-toegelaten voorwerpen
(contant geld (een briefje van 50,00 euro), twee flesjes parfum, 3 doosjes ‘Snus’ en 3 pakjes lange blaadjes) in de gevangenis gebracht. Klager heeft dit ook niet ontkend tijdens de tuchtrechtelijke
hoorzitting. Klager en zijn bezoekster kennen de regels, aangezien het niet het eerste bezoek betrof.
Het valt binnen de discretionaire bevoegdheid van de directie om te oordelen dat hierdoor de bezoekregeling niet werd nageleefd en er redenen bestonden om aan te nemen dat deze inbreuk
zich kon herhalen. Hoewel de directie deze redenen, net als de specifieke rechtsgrond, beter ook had vermeld in de ordemaatregel zelf, acht de klachtencommissie het ontbreken daarvan in dit
specifieke geval niet onwettig, onredelijk of onbillijk. Gelet op voormelde wijst de klachtencommissie de vraag tot schorsing van de ordemaatregel van klager dan ook af.
De klacht is om deze redenen ongegrond.