TUCHT
De klacht gaat over de tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Oudenaarde waarbij klager wordt gesanctioneerd met drie dagen ATV wegens ‘het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel’ en ‘het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort’ .
Een beambte meldt dat klager na de etensbedeling luidkeels begon te roepen richting een medegedetineerde die hij herkende en met wie hij een conflict heeft buiten de inrichting. Klager riep meermaals in de richting van de cel en bleef dit gedurende enkele minuten volhouden. Ondanks mondelinge aanwijzingen om te stoppen, bleef klager verbaal reageren richting de beambte en de medegedetineerde. Dit gedrag verstoorde de rust op de afdeling en het onderliggend conflict kan risico’s met zich meebrengen voor de veiligheid binnen de inrichting. Door de tussenkomst van de kwartierchef en de centrumoverste kon klager kalmeren.
Klager erkent dat hij naar de medegedetineerde geroepen heeft, maar hij heeft medegedetineerde niet zelf opgezocht: deze stond zelf voor klagers cel en heeft de situatie veroorzaakt. Klager zegt dat hij stil was van zodra ze de deur sloten. Hij vindt het normaal dat hij van vleugel moet veranderen, maar wil niet verhuizen van wandeling.
Klager ontkent de feiten niet, maar voert aan dat ze niet zijn gelopen zoals in de beslissing werd opgenomen. De klachtencommissie meent echter dat het rapport aan de directeur de feiten duidelijk omschrijft en de tuchtbeslissing deze ook correct overneemt. Bovendien meent de klachtencommissie dat een provocatie door de medegedetineerde geen vrijbrief zou zijn voor klager om de feiten te plegen. De feiten zijn dan ook bewezen. De directie motiveert dit afdoende in haar tuchtbeslissing.
De klachtencommissie acht de kwalificatie van de feiten als ‘het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel’ en ‘het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort’ correct.
De sanctie van drie dagen ATV is wettig en volgens de klachtencommissie niet onredelijk of onbillijk, gezien er sprake is van twee tuchtinbreuken.
Klager voert ten slotte aan dat hij niet akkoord gaat met het gegeven dat hij de enige is die moest verschijnen op de tuchtrechtelijke hoorzitting. De klachtencommissie wijst erop dat zij zich enkel uitspreekt over de beslissing die ten aanzien van klager werd genomen. Zij heeft geen kennis van de beweegredenen om de medegedetineerde geen tuchtsanctie op te leggen. Indien de medegedetineerde geen sanctie kreeg, doet dat geen afbreuk aan de wettelijkheid en redelijkheid van de beslissing die ten aanzien van klager werd genomen voor de feiten die hem ten laste werden gelegd.
De klacht is ongegrond.
De klacht gaat over de tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Oudenaarde waarbij klager wordt gesanctioneerd met drie dagen ATV wegens ‘het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel’ en ‘het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort’ .
Een beambte meldt dat klager na de etensbedeling luidkeels begon te roepen richting een medegedetineerde die hij herkende en met wie hij een conflict heeft buiten de inrichting. Klager riep meermaals in de richting van de cel en bleef dit gedurende enkele minuten volhouden. Ondanks mondelinge aanwijzingen om te stoppen, bleef klager verbaal reageren richting de beambte en de medegedetineerde. Dit gedrag verstoorde de rust op de afdeling en het onderliggend conflict kan risico’s met zich meebrengen voor de veiligheid binnen de inrichting. Door de tussenkomst van de kwartierchef en de centrumoverste kon klager kalmeren.
Klager erkent dat hij naar de medegedetineerde geroepen heeft, maar hij heeft medegedetineerde niet zelf opgezocht: deze stond zelf voor klagers cel en heeft de situatie veroorzaakt. Klager zegt dat hij stil was van zodra ze de deur sloten. Hij vindt het normaal dat hij van vleugel moet veranderen, maar wil niet verhuizen van wandeling.
Klager ontkent de feiten niet, maar voert aan dat ze niet zijn gelopen zoals in de beslissing werd opgenomen. De klachtencommissie meent echter dat het rapport aan de directeur de feiten duidelijk omschrijft en de tuchtbeslissing deze ook correct overneemt. Bovendien meent de klachtencommissie dat een provocatie door de medegedetineerde geen vrijbrief zou zijn voor klager om de feiten te plegen. De feiten zijn dan ook bewezen. De directie motiveert dit afdoende in haar tuchtbeslissing.
De klachtencommissie acht de kwalificatie van de feiten als ‘het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel’ en ‘het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort’ correct.
De sanctie van drie dagen ATV is wettig en volgens de klachtencommissie niet onredelijk of onbillijk, gezien er sprake is van twee tuchtinbreuken.
Klager voert ten slotte aan dat hij niet akkoord gaat met het gegeven dat hij de enige is die moest verschijnen op de tuchtrechtelijke hoorzitting. De klachtencommissie wijst erop dat zij zich enkel uitspreekt over de beslissing die ten aanzien van klager werd genomen. Zij heeft geen kennis van de beweegredenen om de medegedetineerde geen tuchtsanctie op te leggen. Indien de medegedetineerde geen sanctie kreeg, doet dat geen afbreuk aan de wettelijkheid en redelijkheid van de beslissing die ten aanzien van klager werd genomen voor de feiten die hem ten laste werden gelegd.
De klacht is ongegrond.