KC32/21-0083
Gegrond
KC - Turnhout
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
KLACHTENPROCEDURE - ARBEID - REKENINGEN - GEZONDHEID
Betrokkene klaagt over het feit dat hij geen antwoord krijgt op zijn werkaanvraag. Er is sprake van ‘een verzuim of weigering een beslissing te nemen’, zoals bedoeld in artikel 148, 2e lid van de Basiswet. De klacht is ontvankelijk. De werkaanvraag van klager werd doorgegeven aan de techniekers. Er werd hem door deze personen nog geen concrete post toegewezen. Hij werd door de directeur ook niet geïnformeerd van deze werkwijze. Luidens artikel 84 van de Basiswet is het de directeur die instaat voor de toewijzing van de in de gevangenis beschikbare arbeid. De directeur mag de beslissingsbevoegdheid hierover niet zomaar doorgeven aan een andere dienst, waarbij hij zelf ontheven wordt van het nemen van enige beslissing. Ongeacht dat de wachttermijn nog vrij kort was stelt de Klachtencommissie aldus vast dat er, ten gevolge van de gehanteerde werkwijze in de PI te Turnhout, sowieso geen beslissing van de directeur meer zou tussenkomen. De klacht is gegrond. De directeur dient binnen de 7 dagen volgend op de betekening klager schriftelijk in kennis te stellen van de stand van zaken van zijn werkaanvraag.
De directeur beslist over de toekenning of weigering van een lening, een beslissing waarvan de Klachtencommissie de redelijkheid kan beoordelen. In casu beargumenteert de directie enerzijds dat klager zijn vorige lening nog niet afbetaald heeft, en anderzijds stelt ze dat hem desondanks een nieuwe lening wordt toegestaan. De directie lijkt dus zelf van oordeel te zijn dat de aanvraag tot het verkrijgen van een nieuwe lening diende te worden toegestaan. Dat klager lange tijd geen antwoord (positief dan wel negatief) kreeg op deze vraag is dan ook onredelijk, gelet op de eenvoudige aard van de vraag en het feit dat de lenzen toch een onontbeerlijk gebruiksvoorwerp zijn voor klager. De klacht is gegrond. De Klachtencommissie stelt vast dat de lening intussen werd toegestaan.
Betrokkene klaagt over het feit dat hij geen antwoord krijgt op zijn werkaanvraag. Er is sprake van ‘een verzuim of weigering een beslissing te nemen’, zoals bedoeld in artikel 148, 2e lid van de Basiswet. De klacht is ontvankelijk. De werkaanvraag van klager werd doorgegeven aan de techniekers. Er werd hem door deze personen nog geen concrete post toegewezen. Hij werd door de directeur ook niet geïnformeerd van deze werkwijze. Luidens artikel 84 van de Basiswet is het de directeur die instaat voor de toewijzing van de in de gevangenis beschikbare arbeid. De directeur mag de beslissingsbevoegdheid hierover niet zomaar doorgeven aan een andere dienst, waarbij hij zelf ontheven wordt van het nemen van enige beslissing. Ongeacht dat de wachttermijn nog vrij kort was stelt de Klachtencommissie aldus vast dat er, ten gevolge van de gehanteerde werkwijze in de PI te Turnhout, sowieso geen beslissing van de directeur meer zou tussenkomen. De klacht is gegrond. De directeur dient binnen de 7 dagen volgend op de betekening klager schriftelijk in kennis te stellen van de stand van zaken van zijn werkaanvraag.
De directeur beslist over de toekenning of weigering van een lening, een beslissing waarvan de Klachtencommissie de redelijkheid kan beoordelen. In casu beargumenteert de directie enerzijds dat klager zijn vorige lening nog niet afbetaald heeft, en anderzijds stelt ze dat hem desondanks een nieuwe lening wordt toegestaan. De directie lijkt dus zelf van oordeel te zijn dat de aanvraag tot het verkrijgen van een nieuwe lening diende te worden toegestaan. Dat klager lange tijd geen antwoord (positief dan wel negatief) kreeg op deze vraag is dan ook onredelijk, gelet op de eenvoudige aard van de vraag en het feit dat de lenzen toch een onontbeerlijk gebruiksvoorwerp zijn voor klager. De klacht is gegrond. De Klachtencommissie stelt vast dat de lening intussen werd toegestaan.