KC32/22-0002
Gegrond
Onontvankelijk
KC - Turnhout
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - KLACHTENPROCEDURE - PROPORTIONALITEIT
Er werd een beslissing genomen ten aanzien van klager (weigering om hem ontvangstmeldingen te bezorgen van al zijn aanvragen). De klacht is voor dit aspect ontvankelijk. Over de aanvraag zelf van 27 september 2021 deed de Klachtencommissie reeds definitief uitspraak in de beslissing KC32/21-0100. De klacht is voor dit aspect onontvankelijk. Met betrekking tot de aanvragen van 22 en 24 december 2021 brengt de Klachtencommissie de volgende passage uit de beslissing KC 32/21-0091 (ook t.a.v. klager) in herinnering: “De aanvragen van klager kaderen binnen de wet openbaarheid van bestuur. In deze wet wordt een wettelijke antwoordtermijn voorzien die op het moment van de klacht nog niet verstreken is. Er was op het moment van de klacht dan ook geen sprake van een ‘verzuim’ in de zin van artikel 148, tweede lid van de Basiswet.” De klacht is voor dit aspect onontvankelijk.
Er werd een beslissing genomen ten aanzien van klager (weigering om hem ontvangstmeldingen te bezorgen van al zijn aanvragen) waarvan de Klachtencommissie, bij gebreke aan wettelijke bepalingen hieromtrent, enkel de redelijkheid kan toetsen. De Klachtencommissie acht het niet onredelijk dat de directie het in het algemeen niet haalbaar acht om voor alle aanvragen die ze krijgt, een ontvangstmelding te bezorgen. Aangezien de vorige aanvraag van klager echter verdween begrijpt de Klachtencommissie waarom klager in dit specifieke geval om een ontvangstmelding vroeg. De klacht is gegrond. De weigering wordt vernietigd. De alleensprekend Klachtenrechter stelt vast dat de directie klager intussen in het bezit stelde van een kopie van zijn aanvraag, waardoor reeds tegemoetgekomen wordt aan de gevolgen van de vernietigde beslissing.
Er werd een beslissing genomen ten aanzien van klager (weigering om hem ontvangstmeldingen te bezorgen van al zijn aanvragen). De klacht is voor dit aspect ontvankelijk. Over de aanvraag zelf van 27 september 2021 deed de Klachtencommissie reeds definitief uitspraak in de beslissing KC32/21-0100. De klacht is voor dit aspect onontvankelijk. Met betrekking tot de aanvragen van 22 en 24 december 2021 brengt de Klachtencommissie de volgende passage uit de beslissing KC 32/21-0091 (ook t.a.v. klager) in herinnering: “De aanvragen van klager kaderen binnen de wet openbaarheid van bestuur. In deze wet wordt een wettelijke antwoordtermijn voorzien die op het moment van de klacht nog niet verstreken is. Er was op het moment van de klacht dan ook geen sprake van een ‘verzuim’ in de zin van artikel 148, tweede lid van de Basiswet.” De klacht is voor dit aspect onontvankelijk.
Er werd een beslissing genomen ten aanzien van klager (weigering om hem ontvangstmeldingen te bezorgen van al zijn aanvragen) waarvan de Klachtencommissie, bij gebreke aan wettelijke bepalingen hieromtrent, enkel de redelijkheid kan toetsen. De Klachtencommissie acht het niet onredelijk dat de directie het in het algemeen niet haalbaar acht om voor alle aanvragen die ze krijgt, een ontvangstmelding te bezorgen. Aangezien de vorige aanvraag van klager echter verdween begrijpt de Klachtencommissie waarom klager in dit specifieke geval om een ontvangstmelding vroeg. De klacht is gegrond. De weigering wordt vernietigd. De alleensprekend Klachtenrechter stelt vast dat de directie klager intussen in het bezit stelde van een kopie van zijn aanvraag, waardoor reeds tegemoetgekomen wordt aan de gevolgen van de vernietigde beslissing.