Ga verder naar de inhoud

KC32/22-0009

Gegrond KC - Turnhout Klachtencommissie Andere beslissing directeur Ordemaatregel
ORDEMAATREGEL - ARBEID - ONTSLAG

De directie ging over tot het opleggen van een schorsing van de tewerkstelling aan klager, evenwel zonder dat zij hiertoe over een wettelijke grondslag beschikt. De Klachtencommissie stelt vast dat er ten aanzien van klager geen BVM werd opgelegd, noch dat er een tuchtprocedure werd opgestart, in het kader waarvan de directie klager een tijdelijk verbod om deel te nemen aan werk in gemeenschappelijk verband had kunnen opleggen. De Klachtencommissie wijst erop dat het Huishoudelijk Reglement enkel voorziet in de mogelijkheid tot ontslag in geval van ongeschiktheid voor de arbeidspost. Er wordt geen mogelijkheid tot ‘schorsing’ voorzien. De klacht is gegrond. Aangezien de schorsingsbeslissing echter dezelfde dag nog werd ingetrokken, werden de gevolgen van de vernietigde beslissing conform artikel 158 §4 van de Basiswet reeds ongedaan gemaakt.
De directie oordeelde dat klager niet langer geschikt was voor het uitoefenen van zijn job als fitnessmonitor, doordat gebruikers van het fitnessaanbod zouden kunnen vrezen voor hun fysieke integriteit. Ze baseert zich voor deze redenering op beelden waarin klager naar voren komt als pleger van bepaalde feiten. De Klachtencommissie betreurt de wijze van totstandkoming van de ontslagbeslissing. De directie zond klager verwarrende signalen door hem eerst te schorsen, de schorsing weer op te heffen en hem vervolgens toch te ontslaan zonder hierover in gesprek te gaan. De Klachtencommissie acht het echter niet onredelijk dat de directie op basis van de aangehaalde elementen is overgegaan tot het ontslag van klager. De Klachtencommissie oordeelt dat de motivering van de ordemaatregel in overeenstemming is met artikel 8 van de Basiswet. De motivering is voldoende duidelijk en stelt klager in staat om de reden van het ontslag te begrijpen. De klacht is ongegrond.