KC32/22-0024
Ongegrond
Onontvankelijk
KC - Turnhout
Klachtencommissie
Tucht
Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - TUCHT - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING
De klacht is ontvankelijk voor wat betreft de tuchtbeslissing van 1 maart 2022. De klacht werd op 8 maart genoteerd. In het overige schrijven van klager (over de vermeende mishandelingen en de verdwenen spullen) kan de Klachtencommissie geen geïndividualiseerde beslissing van de directeur ontwaren. Klachten over het gedrag van personeel vallen niet onder het toepassingsgebied van het klachtenrecht. De klacht is voor deze aspecten onontvankelijk.
Klager voert in zijn klacht aan dat verschillende elementen in het RAD verdraaid, verzonnen of verzwegen zouden zijn. De Klachtencommissie stelt vast dat klager deze elementen niet nader specificeert en ze ook niet aanvoert ter tuchtrechtelijke hoorzitting. Hij gaat op dat moment vooral in op de materiële omstandigheden op de beveiligde cel, stelt de vele overplaatsingen in vraag (“Er was geen reden om mij over te brengen. Ja waarom moeten ze mij zo veel verplaatsen? Wie kiest dat?”) en erkent dat hij zich heeft verzet (“Het is bijna elke week, ik was in protest.”), ook al spreekt klager deze laatste passage in zijn klacht tegen. De Klachtencommissie acht het redelijk dat de directeur is voortgegaan op de materiële vaststellingen zoals beschreven in het RAD van 27 februari 2022 (waarvan bovendien 8 personeelsleden getuige waren) en de beschreven feiten gekwalificeerd heeft als het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel (artikel 130, 3° van de Basiswet). Volgens de Klachtencommissie komt het niet aan klager toe om zich naar eigen goeddunken tegen bevelen van het personeel te verzetten wanneer hij het oneens is met de beslissing die aan het bevel ten grondslag ligt. Hij dient zich in zo’n geval tegen de beslissing an sich te verzetten, door hiertoe de geijkte kanalen te volgen, die hem genoegzaam bekend zijn. De Klachtencommissie acht de opgelegde sanctie van 10 dagen ATV (-3 dagen VM) voor deze inbreuk dan ook redelijk. De klacht is ongegrond.
De klacht is ontvankelijk voor wat betreft de tuchtbeslissing van 1 maart 2022. De klacht werd op 8 maart genoteerd. In het overige schrijven van klager (over de vermeende mishandelingen en de verdwenen spullen) kan de Klachtencommissie geen geïndividualiseerde beslissing van de directeur ontwaren. Klachten over het gedrag van personeel vallen niet onder het toepassingsgebied van het klachtenrecht. De klacht is voor deze aspecten onontvankelijk.
Klager voert in zijn klacht aan dat verschillende elementen in het RAD verdraaid, verzonnen of verzwegen zouden zijn. De Klachtencommissie stelt vast dat klager deze elementen niet nader specificeert en ze ook niet aanvoert ter tuchtrechtelijke hoorzitting. Hij gaat op dat moment vooral in op de materiële omstandigheden op de beveiligde cel, stelt de vele overplaatsingen in vraag (“Er was geen reden om mij over te brengen. Ja waarom moeten ze mij zo veel verplaatsen? Wie kiest dat?”) en erkent dat hij zich heeft verzet (“Het is bijna elke week, ik was in protest.”), ook al spreekt klager deze laatste passage in zijn klacht tegen. De Klachtencommissie acht het redelijk dat de directeur is voortgegaan op de materiële vaststellingen zoals beschreven in het RAD van 27 februari 2022 (waarvan bovendien 8 personeelsleden getuige waren) en de beschreven feiten gekwalificeerd heeft als het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel (artikel 130, 3° van de Basiswet). Volgens de Klachtencommissie komt het niet aan klager toe om zich naar eigen goeddunken tegen bevelen van het personeel te verzetten wanneer hij het oneens is met de beslissing die aan het bevel ten grondslag ligt. Hij dient zich in zo’n geval tegen de beslissing an sich te verzetten, door hiertoe de geijkte kanalen te volgen, die hem genoegzaam bekend zijn. De Klachtencommissie acht de opgelegde sanctie van 10 dagen ATV (-3 dagen VM) voor deze inbreuk dan ook redelijk. De klacht is ongegrond.