KC32/22-0039
Ongegrond
KC - Turnhout
Klachtencommissie
Tucht
Fouille op het lichaam
FOUILLE LICHAAM - MOTIVERING - TUCHT - TOEREKENBAARHEID
De bestreden beslissing tot fouillering op het lichaam bevat de motieven die aangeven waarom een onderzoek aan de kledij niet volstaat, zodat de motivering voldoet aan de vereisten van artikel 108 §2 in samenhang gelezen met artikel 8 van de Basiswet. De klacht is ongegrond.
De directie kon redelijkerwijs steunen op de materiële vaststellingen zoals omschreven in het RAD van 3 april 2022. Uit dit RAD blijkt onder meer dat klager andere bedoelingen had met dit pilletje en dat het niet om een vergetelheid bij het innemen van zijn eigen medicatie ging (“Hij wou dit meenemen naar de wandeling omdat hij door bepaalde mensen onder druk wordt gezet.”), ook al kwam klager ter tuchtzitting op deze verklaring terug en stelde hij op dat moment dat hij dit “uit stress” gezegd zou hebben en dat hij het gewoon op een later tijdstip wou innemen. De directie haalt in de motivering de elementen aan waarom ze deze uitleg onwaarschijnlijk vindt. De Klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de materiële vaststellingen uit het RAD kwalificeerde als zijnde het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° van de Basiswet). Klager handelde inderdaad in strijd met de bepalingen van het huishoudelijk reglement. Het huishoudelijk reglement (p. 9) bepaalt immers dat het gedetineerden toegelaten is om voorwerpen die deel uitmaken van het dagelijkse leven van de gedetineerden, waaronder voorgeschreven medicatie en de medicatie die de gedetineerde ontvangen heeft overeenkomstig de procedure zelfmedicatie, in de verblijfsruimte te hebben. Klager nam deze medicatie echter bewust mee naar de wandeling, volgens zijn eerste verklaringen zoals te lezen in het RAD met andere doeleinden, en overtrad daarbij de bepaling van het huishoudelijk reglement (p. 10) die stelt dat verkopen, ruilingen, leningen, schenkingen en andere gelijkaardige handelingen tussen gedetineerden verboden zijn. De motivering van de tuchtbeslissing voldoet aan de vereisten van artikel 8 van de Basiswet. Bovendien vindt de Klachtencommissie de opgelegde sanctie van 10 dagen ATV, waarvan 5 dagen effectief (inclusief VM) en 5 dagen voorwaardelijk gedurende 2 maanden, waarbij klager de mogelijkheid kreeg om kinderbezoek te ontvangen, redelijk. De klacht is ongegrond.
De bestreden beslissing tot fouillering op het lichaam bevat de motieven die aangeven waarom een onderzoek aan de kledij niet volstaat, zodat de motivering voldoet aan de vereisten van artikel 108 §2 in samenhang gelezen met artikel 8 van de Basiswet. De klacht is ongegrond.
De directie kon redelijkerwijs steunen op de materiële vaststellingen zoals omschreven in het RAD van 3 april 2022. Uit dit RAD blijkt onder meer dat klager andere bedoelingen had met dit pilletje en dat het niet om een vergetelheid bij het innemen van zijn eigen medicatie ging (“Hij wou dit meenemen naar de wandeling omdat hij door bepaalde mensen onder druk wordt gezet.”), ook al kwam klager ter tuchtzitting op deze verklaring terug en stelde hij op dat moment dat hij dit “uit stress” gezegd zou hebben en dat hij het gewoon op een later tijdstip wou innemen. De directie haalt in de motivering de elementen aan waarom ze deze uitleg onwaarschijnlijk vindt. De Klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de materiële vaststellingen uit het RAD kwalificeerde als zijnde het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° van de Basiswet). Klager handelde inderdaad in strijd met de bepalingen van het huishoudelijk reglement. Het huishoudelijk reglement (p. 9) bepaalt immers dat het gedetineerden toegelaten is om voorwerpen die deel uitmaken van het dagelijkse leven van de gedetineerden, waaronder voorgeschreven medicatie en de medicatie die de gedetineerde ontvangen heeft overeenkomstig de procedure zelfmedicatie, in de verblijfsruimte te hebben. Klager nam deze medicatie echter bewust mee naar de wandeling, volgens zijn eerste verklaringen zoals te lezen in het RAD met andere doeleinden, en overtrad daarbij de bepaling van het huishoudelijk reglement (p. 10) die stelt dat verkopen, ruilingen, leningen, schenkingen en andere gelijkaardige handelingen tussen gedetineerden verboden zijn. De motivering van de tuchtbeslissing voldoet aan de vereisten van artikel 8 van de Basiswet. Bovendien vindt de Klachtencommissie de opgelegde sanctie van 10 dagen ATV, waarvan 5 dagen effectief (inclusief VM) en 5 dagen voorwaardelijk gedurende 2 maanden, waarbij klager de mogelijkheid kreeg om kinderbezoek te ontvangen, redelijk. De klacht is ongegrond.