ORDEMAATREGEL - BEZOEK - MOTIVERING
De aanvraag tot familiaal bezoek van de nicht werd geweigerd omdat ze volgens de motivering pas op 25 april 2022 een eerste keer op bezoek kwam bij klager waardoor de termijn van 6 maanden belangstelling die toelaat te geloven in de oprechtheid van de relatie met de gedetineerde dan pas is beginnen lopen. Hierdoor was er op het moment van de aanvraag niet voldaan aan de toelaatbaarheidsvoorwaarde. De klachtencommissie merkt op dat de directie daarover in haar verweer schrijft “Zij heeft betrokkene nooit bezocht voor 14/03/2022.” Hieruit blijkt dat er ook op 14 maart 2022 een bezoek plaatsvond. De motivering van de weigering, waarin gesteld wordt “Eerste en enige bezoek d.d. 25/04/2022.” strookt dan ook niet met de nagegane bezoekhistoriek. De motivering is dan ook gebrekkig.
De aanvraag tot familiaal bezoek van de partner van de nicht werd geweigerd omwille van dezelfde redenen. De klachtencommissie acht het waarschijnlijk dat hier dezelfde fout werd gemaakt.
In elk geval stelt de klachtencommissie vast dat klager nooit in kennis is gesteld van de twee "originele" weigeringsbeslissingen van de directie, maar enkel van de inhoud van deze beslissingen op de hoogte werd gebracht via een rapportbriefje, opgesteld door de PSD. De motivering die door de directie op de oorspronkelijke beslissingen werd genoteerd werd daarin weliswaar samengevat, maar ook aangepast. De beslissing die hier ten aanzien van klager werd genomen, te weten het rapportbriefje opgesteld door de PSD, hoewel deels gedekt door twee achterliggende beslissingen van de directeur waar klager echter geen kennis van had, voldoet dan ook niet aan de vereisten van artikel 59, §3 Basiswet. De klachten zijn gegrond. De beslissingen worden vernietigd. De directie moet binnen de 7 dagen een nieuwe beslissing nemen.
De aanvraag tot familiaal bezoek van de nicht werd geweigerd omdat ze volgens de motivering pas op 25 april 2022 een eerste keer op bezoek kwam bij klager waardoor de termijn van 6 maanden belangstelling die toelaat te geloven in de oprechtheid van de relatie met de gedetineerde dan pas is beginnen lopen. Hierdoor was er op het moment van de aanvraag niet voldaan aan de toelaatbaarheidsvoorwaarde. De klachtencommissie merkt op dat de directie daarover in haar verweer schrijft “Zij heeft betrokkene nooit bezocht voor 14/03/2022.” Hieruit blijkt dat er ook op 14 maart 2022 een bezoek plaatsvond. De motivering van de weigering, waarin gesteld wordt “Eerste en enige bezoek d.d. 25/04/2022.” strookt dan ook niet met de nagegane bezoekhistoriek. De motivering is dan ook gebrekkig.
De aanvraag tot familiaal bezoek van de partner van de nicht werd geweigerd omwille van dezelfde redenen. De klachtencommissie acht het waarschijnlijk dat hier dezelfde fout werd gemaakt.
In elk geval stelt de klachtencommissie vast dat klager nooit in kennis is gesteld van de twee "originele" weigeringsbeslissingen van de directie, maar enkel van de inhoud van deze beslissingen op de hoogte werd gebracht via een rapportbriefje, opgesteld door de PSD. De motivering die door de directie op de oorspronkelijke beslissingen werd genoteerd werd daarin weliswaar samengevat, maar ook aangepast. De beslissing die hier ten aanzien van klager werd genomen, te weten het rapportbriefje opgesteld door de PSD, hoewel deels gedekt door twee achterliggende beslissingen van de directeur waar klager echter geen kennis van had, voldoet dan ook niet aan de vereisten van artikel 59, §3 Basiswet. De klachten zijn gegrond. De beslissingen worden vernietigd. De directie moet binnen de 7 dagen een nieuwe beslissing nemen.