KC32/22-0079
Ongegrond
Gegrond
KC - Turnhout
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Bijzondere veiligheidsmaatregel
CELMUTATIE - BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL
Gelet op de gebeurtenissen omschreven in het verweer van de directie, acht de klachtencommissie de beslissing tot overplaatsing naar een verblijfsruimte op een sectie met meer toezicht redelijk. Hoewel het door de klachtencommissie niet objectief kan vastgesteld worden (wegens een gebrek aan schriftelijke beslissing, dewelke ook niet vereist is) heeft de directie schijnbaar ook inspanningen gedaan om klager tekst en uitleg te geven bij zijn overplaatsing, zij het mogelijks pas enkele dagen na de beslissing hiertoe. De klachtencommissie acht het niet onwaarschijnlijk dat een en ander ook te wijten is aan de crisissituatie waarin klager zich scheen te bevinden. Op basis van deze elementen besluit de Klachtencommissie dat de directie haar verplichting inzake het gemotiveerd ter kennis brengen van de beslissing tot overplaatsing naar sectie 1 voldoende is nagekomen. De klacht is ongegrond.
In voorliggend dossier is de ontzegging van bepaalde voorwerpen een ‘automatisch gevolg’ van een verblijf op sectie 1. De klachtencommissie kaartte in het verleden reeds meermaals de niet-wetsconforme aanpak op sectie 1 aan, waarbij gedetineerden vanuit een gedragsmatige aanpak op automatische wijze bepaalde voorwerpen ontzegd worden, zonder dat hiervoor geval per geval het regelgevend kader van de bijzondere veiligheidsmaatregelen aangewend wordt (zie o.a. KC32/21-0014, KC32/21-0087, KC32/22-0030). Gedetineerden die op sectie 1 verblijven worden dan ook, in strijd met de Basiswet, ernstig in hun rechten beperkt. Aangezien de ontzegging van bepaalde voorwerpen in voorliggend geval wederom niet op tijdelijke en gemotiveerde wijze gebeurde (via een tuchtsanctie of via een bijzondere veiligheidsmaatregel), is er sprake van een verzuim om een beslissing te nemen in de zin van artikel 148 Basiswet. De klachtencommissie spoort de directie nogmaals aan om het nodige te doen om de aanpak op sectie 1 in te bedden in de bestaande regelgeving. Het regime op sectie 1 moet volgens de klachtencommissie herbekeken worden. De ontzegging van voorwerpen kan enkel op tijdelijke en gemotiveerde wijze, in het kader van een tuchtsanctie of een bijzondere veiligheidsmaatregel. Ook in voorliggend dossier klaagt klager over het feit dat hij bepaalde voorwerpen niet op cel mag hebben. Er is daarbij geen sprake van een bijzondere veiligheidsmaatregel of een tuchtsanctie. De klacht is gegrond.
Gelet op de gebeurtenissen omschreven in het verweer van de directie, acht de klachtencommissie de beslissing tot overplaatsing naar een verblijfsruimte op een sectie met meer toezicht redelijk. Hoewel het door de klachtencommissie niet objectief kan vastgesteld worden (wegens een gebrek aan schriftelijke beslissing, dewelke ook niet vereist is) heeft de directie schijnbaar ook inspanningen gedaan om klager tekst en uitleg te geven bij zijn overplaatsing, zij het mogelijks pas enkele dagen na de beslissing hiertoe. De klachtencommissie acht het niet onwaarschijnlijk dat een en ander ook te wijten is aan de crisissituatie waarin klager zich scheen te bevinden. Op basis van deze elementen besluit de Klachtencommissie dat de directie haar verplichting inzake het gemotiveerd ter kennis brengen van de beslissing tot overplaatsing naar sectie 1 voldoende is nagekomen. De klacht is ongegrond.
In voorliggend dossier is de ontzegging van bepaalde voorwerpen een ‘automatisch gevolg’ van een verblijf op sectie 1. De klachtencommissie kaartte in het verleden reeds meermaals de niet-wetsconforme aanpak op sectie 1 aan, waarbij gedetineerden vanuit een gedragsmatige aanpak op automatische wijze bepaalde voorwerpen ontzegd worden, zonder dat hiervoor geval per geval het regelgevend kader van de bijzondere veiligheidsmaatregelen aangewend wordt (zie o.a. KC32/21-0014, KC32/21-0087, KC32/22-0030). Gedetineerden die op sectie 1 verblijven worden dan ook, in strijd met de Basiswet, ernstig in hun rechten beperkt. Aangezien de ontzegging van bepaalde voorwerpen in voorliggend geval wederom niet op tijdelijke en gemotiveerde wijze gebeurde (via een tuchtsanctie of via een bijzondere veiligheidsmaatregel), is er sprake van een verzuim om een beslissing te nemen in de zin van artikel 148 Basiswet. De klachtencommissie spoort de directie nogmaals aan om het nodige te doen om de aanpak op sectie 1 in te bedden in de bestaande regelgeving. Het regime op sectie 1 moet volgens de klachtencommissie herbekeken worden. De ontzegging van voorwerpen kan enkel op tijdelijke en gemotiveerde wijze, in het kader van een tuchtsanctie of een bijzondere veiligheidsmaatregel. Ook in voorliggend dossier klaagt klager over het feit dat hij bepaalde voorwerpen niet op cel mag hebben. Er is daarbij geen sprake van een bijzondere veiligheidsmaatregel of een tuchtsanctie. De klacht is gegrond.