Ga verder naar de inhoud

KC32/22-0096

Ongegrond KC - Turnhout Klachtencommissie Tucht
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES

In het voorliggend dossier heeft de directeur zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op het RAD van 6 september 2022. In principe mag de directie voor het bewijs van bepaalde feiten steunen op een RAD, tenzij er tegenindicaties blijken of worden aangevoerd waardoor er twijfels zouden rijzen omtrent de waarachtigheid van dit RAD. De directeur moet deze tegenindicaties dan onderzoeken en beoordelen (RvS 19 november 2010, nr. 209.026). In dergelijk geval kan bijvoorbeeld het bekijken van camerabeelden noodzakelijk zijn om te voldoen aan de verplichting van zorgvuldige feitenvinding. Het loutere feit dat een gedetineerde bepaalde vaststellingen betwist, moet volgens de klachtencommissie niet automatisch als een tegenindicatie beschouwd worden die twijfels doet rijzen omtrent de waarachtigheid. De klachtencommissie vindt het redelijk dat de directie de vaststellingen uit dit RAD, ondanks dat klager ze tegenspreekt, kwalificeerde als zijnde het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties (artikel 129, 7° van de Basiswet) en deze feiten aan klager toerekende. De motivering van de inbreuk voldoet aan de vereisten van artikel 8 Basiswet. Het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties (artikel 129, 7° van de Basiswet) is een inbreuk van de eerste categorie. In geval van een inbreuk van de eerste categorie kan de afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte voor een maximumduur van 30 dagen opgelegd worden (artikel 132, 3° Basiswet). Klager kreeg 15 dagen ATV. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en gelet op de aard van de inbreuk, redelijk. De klacht is ongegrond.