KC32/22-0110
Ongegrond
Onontvankelijk
KC - Turnhout
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - CELMUTATIE - KLACHTENPROCEDURE
Klager beklaagt zich over het feit dat hij niet binnen de 24u na aankomst in de gevangenis gezien werd door de directeur. De klachtencommissie stelt vast dat er geen sprake is van een geïndividualiseerde beslissing ten aanzien van klager, noch van een verzuim om een beslissing te nemen. Er is enkel sprake van een verzuim om feitelijk te handelen vanwege de directeur (dat door de directie ook niet betwist wordt). Dit feitelijk niet-handelen kan volgens de klachtencommissie niet als een beslissing in de zin van artikel 148 Basiswet worden gekwalificeerd, nu er geen sprake is (of zou moeten zijn) van een geformaliseerde akte die door de klachtencommissie getoetst kan worden op wettelijkheid en redelijkheid. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager beklaagt zich over het feit dat hij als derde persoon op cel op de grond moet slapen. Dat klager op de grond moet slapen is een feitelijk gevolg van de beslissing tot toewijzing van een bepaalde verblijfsruimte aan klager, waarvan de klachtencommissie enkel de redelijkheid kan toetsen. Het gegeven dat klager op de grond moet slapen is een jammerlijk gevolg van de huidige feitelijke omstandigheden in de PI te Turnhout. De klachtencommissie erkent dat de directie zelf in de onmogelijkheid is om aan dit probleem te verhelpen. De beslissing om klager op een cel te plaatsen waarvan de bedden reeds volzet zijn zodat klager de facto op de grond moet slapen, kan volgens de klachtencommissie, gelet op de huidige omstandigheden, dan ook niet als onredelijk bestempeld worden. De klacht is ongegrond.
Klager beklaagt zich over het (vermeende) feitelijk niet-handelen door de griffie in het kader van de strafprocedure. De klachtencommissie stelt vast dat er in het voorliggend dossier geen sprake is van een geïndividualiseerde beslissing door of namens de directeur genomen ten aanzien van klager, noch van een verzuim om een beslissing te nemen. De klachtencommissie spreekt zich bovendien enkel uit over beslissingen genomen door of namens de directie op basis van de Basiswet en de daaruit voortvloeiende regelgeving, d.w.z. over de ‘interne rechtspositie’. Hetgeen waar klager zich over beklaagt valt volgens de klachtencommissie dan ook buiten het toepassingsgebied van het beklagrecht. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager beklaagt zich over het feit dat hij niet binnen de 24u na aankomst in de gevangenis gezien werd door de directeur. De klachtencommissie stelt vast dat er geen sprake is van een geïndividualiseerde beslissing ten aanzien van klager, noch van een verzuim om een beslissing te nemen. Er is enkel sprake van een verzuim om feitelijk te handelen vanwege de directeur (dat door de directie ook niet betwist wordt). Dit feitelijk niet-handelen kan volgens de klachtencommissie niet als een beslissing in de zin van artikel 148 Basiswet worden gekwalificeerd, nu er geen sprake is (of zou moeten zijn) van een geformaliseerde akte die door de klachtencommissie getoetst kan worden op wettelijkheid en redelijkheid. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager beklaagt zich over het feit dat hij als derde persoon op cel op de grond moet slapen. Dat klager op de grond moet slapen is een feitelijk gevolg van de beslissing tot toewijzing van een bepaalde verblijfsruimte aan klager, waarvan de klachtencommissie enkel de redelijkheid kan toetsen. Het gegeven dat klager op de grond moet slapen is een jammerlijk gevolg van de huidige feitelijke omstandigheden in de PI te Turnhout. De klachtencommissie erkent dat de directie zelf in de onmogelijkheid is om aan dit probleem te verhelpen. De beslissing om klager op een cel te plaatsen waarvan de bedden reeds volzet zijn zodat klager de facto op de grond moet slapen, kan volgens de klachtencommissie, gelet op de huidige omstandigheden, dan ook niet als onredelijk bestempeld worden. De klacht is ongegrond.
Klager beklaagt zich over het (vermeende) feitelijk niet-handelen door de griffie in het kader van de strafprocedure. De klachtencommissie stelt vast dat er in het voorliggend dossier geen sprake is van een geïndividualiseerde beslissing door of namens de directeur genomen ten aanzien van klager, noch van een verzuim om een beslissing te nemen. De klachtencommissie spreekt zich bovendien enkel uit over beslissingen genomen door of namens de directie op basis van de Basiswet en de daaruit voortvloeiende regelgeving, d.w.z. over de ‘interne rechtspositie’. Hetgeen waar klager zich over beklaagt valt volgens de klachtencommissie dan ook buiten het toepassingsgebied van het beklagrecht. De klacht is niet-ontvankelijk.