KC32/22-0115
Ongegrond
Gegrond
Onontvankelijk
KC - Turnhout
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Geen beslissing directeur
Ordemaatregel
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - TUCHT - ORDEMAATREGEL - ARBEID - ONTSLAG
Klager beklaagt zich over een ‘tuchtprocedure’ van 6 oktober 2022. Klager noteerde zijn klacht op 10 oktober 2022. De tuchtbeslissing werd pas genomen op 13 oktober 2022. De klacht is met andere woorden niet gericht tegen de tuchtbeslissing die op basis van het RAD werd genomen maar tegen het RAD van 6 oktober 2022 zélf en tegen het gedrag van de beambte tijdens het incident, hetgeen géén beslissing van de directeur in de zin van artikel 148 Basiswet uitmaakt. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager stelt het niet eens te zijn met de beslissing van 7 oktober 2022 (“komt voor 13/10/22”). Klager richt zijn klacht hiermee tegen de mededeling tot opstart van de tuchtprocedure. Ingevolge artikel 144 §3 Basiswet veronderstelt de mededeling tot de opstart van een tuchtprocedure een beslissing van de directeur. De klacht is ontvankelijk. Het feit dat de gedetineerde nog gehoord wordt (§3), eventueel met bijstand van een advocaat (§4), hij zijn middelen van verdediging mondeling dan wel schriftelijk kan uiteenzetten (§5) en de directeur nadien een beslissing neemt (§6) zorgt er volgens de klachtencommissie voor dat de beslissing van de directeur om een tuchtprocedure op te starten op basis van het RAD over de vermeende dreigende houding van de gedetineerde niet als onredelijk kan bestempeld worden. De klacht is ongegrond.
Aangezien er géén schriftelijke ontslagbeslissing kan worden voorgelegd is het voor de klachtencommissie onmogelijk om na te gaan of de ontslagbeslissing de toets van de wettelijkheid en redelijkheid doorstaat. Doordat de directie nalaat om het volledige administratief dossier voor te leggen, besluit de klachtencommissie in navolging van de rechtspraak van de Raad van State dat de afwezigheid van een dossier gelijkgesteld wordt met de afwezigheid van deugdelijke motieven waarop de bestreden beslissing is gesteund, zodat de motiveringsplicht geschonden is (RvS 29 januari 2014 nr. 226 252). De klacht is gegrond. De ontslagbeslissing wordt vernietigd.
Klager beklaagt zich over een ‘tuchtprocedure’ van 6 oktober 2022. Klager noteerde zijn klacht op 10 oktober 2022. De tuchtbeslissing werd pas genomen op 13 oktober 2022. De klacht is met andere woorden niet gericht tegen de tuchtbeslissing die op basis van het RAD werd genomen maar tegen het RAD van 6 oktober 2022 zélf en tegen het gedrag van de beambte tijdens het incident, hetgeen géén beslissing van de directeur in de zin van artikel 148 Basiswet uitmaakt. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager stelt het niet eens te zijn met de beslissing van 7 oktober 2022 (“komt voor 13/10/22”). Klager richt zijn klacht hiermee tegen de mededeling tot opstart van de tuchtprocedure. Ingevolge artikel 144 §3 Basiswet veronderstelt de mededeling tot de opstart van een tuchtprocedure een beslissing van de directeur. De klacht is ontvankelijk. Het feit dat de gedetineerde nog gehoord wordt (§3), eventueel met bijstand van een advocaat (§4), hij zijn middelen van verdediging mondeling dan wel schriftelijk kan uiteenzetten (§5) en de directeur nadien een beslissing neemt (§6) zorgt er volgens de klachtencommissie voor dat de beslissing van de directeur om een tuchtprocedure op te starten op basis van het RAD over de vermeende dreigende houding van de gedetineerde niet als onredelijk kan bestempeld worden. De klacht is ongegrond.
Aangezien er géén schriftelijke ontslagbeslissing kan worden voorgelegd is het voor de klachtencommissie onmogelijk om na te gaan of de ontslagbeslissing de toets van de wettelijkheid en redelijkheid doorstaat. Doordat de directie nalaat om het volledige administratief dossier voor te leggen, besluit de klachtencommissie in navolging van de rechtspraak van de Raad van State dat de afwezigheid van een dossier gelijkgesteld wordt met de afwezigheid van deugdelijke motieven waarop de bestreden beslissing is gesteund, zodat de motiveringsplicht geschonden is (RvS 29 januari 2014 nr. 226 252). De klacht is gegrond. De ontslagbeslissing wordt vernietigd.