Ga verder naar de inhoud

KC32/22-0119

Ongegrond Gegrond KC - Turnhout Klachtencommissie Voorlopige maatregel Tucht
VOORLOPIGE MAATREGEL - MOTIVERING - HANDTEKENING - TUCHT

In het voorliggend dossier werd artikel 145 §1, eerste lid Basiswet (opzettelijke aantasting van de interne veiligheid) aangekruist. Daarbij werd er enkel verwezen naar het RAD van 27 september 2022. In welke zin de feiten een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid uitmaken werd op geen enkele wijze gemotiveerd. De beslissing is strijdig met artikel 145 §1 j° artikel 8 Basiswet. De klachtencommissie stelt zich bijkomend de vraag of het de directie was die overging tot het nemen van de voorlopige maatregel of dat deze door het personeel werd opgelegd, nu de directie pas op 28 september 2022 kennisnam van het RAD (blijkens de ondertekening ervan). Mogelijks werd er telefonisch contact genomen met de directie, doch de ondertekening van de voorlopige maatregel gebeurde in elk geval niet conform de instructies van CB 124 van 6 september 2013 betreffende het tuchtregime van gedetineerden. De klacht is gegrond. De voorlopige maatregel wordt vernietigd. De klachtencommissie kent géén tegemoetkoming toe aangezien de duur van deze voorlopige maatregel verrekend werd met de uiteindelijke tuchtsanctie, die wel wettelijk en redelijk bevonden wordt.

In het voorliggend dossier heeft de directeur zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op het RAD van 27 september 2022. Klager voert ter tuchtzitting enkel aan dat het RAD niet klopt omdat er geen sprake was van scheldwoorden. Hij stelt dat de penitentiaire beambten dit deel van het RAD voor hun plezier erbij verzonnen hebben. De klachtencommissie vindt het redelijk dat de directie geen geloof hechtte aan de uitleg van klager en voor het bewijs van de feiten steunde op het RAD. De klachtencommissie vindt het redelijk dat de directie de in het RAD omschreven vaststellingen kwalificeerde als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet), de opzettelijke aantasting van de orde (artikel 129, 5° Basiswet) en het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden (artikel 130, 1° Basiswet) en deze feiten aan klager toerekende. De motivering van de drie inbreuken voldoet aan de voorwaarden van artikel 8 Basiswet. In het voorliggend dossier kreeg klager 14 dagen ATV. De klachtencommissie oordeelt dat deze sanctie wettelijk en redelijk is. De klacht is ongegrond.