TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - SANCTIE
De klachtencommissie vindt het redelijk dat de directie de feiten zoals opgenomen in het RAD bewezen achtte en ze aan klager toerekende. De directie liet zich bijkomende informatie toekomen via de medische dienst nadat klager en zijn advocate een niet-ongeloofwaardige uitleg gaven voor het voorhanden zijn van de volgens klager aan hem voorgeschreven medicatie. De directie voldeed hiermee aan de verplichting van zorgvuldige feitenvinding. De directie kwalificeerde de feiten als het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). De klachtencommissie acht die kwalificatie correct en voldoende gemotiveerd. Het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet) is een inbreuk van de tweede categorie. In geval van een inbreuk van de tweede categorie kan de afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte voor een maximumduur van 15 dagen opgelegd worden (artikel 132, 3° Basiswet). Klager kreeg géén nieuwe sanctie opgelegd voor deze inbreuk. De directie besloot enkel om de sanctie van 7 dagen ATV met uitstel die bij een eerdere tuchtbeslissing ten aanzien van klager was uitgesproken, ten uitvoer te leggen. Zij kon hiertoe besluiten op basis van artikel 143 § 4, vierde lid Basiswet. De klachtencommissie acht deze beslissing wettelijk en redelijk. Dat een medecelgenoot voor andere (vermeende) feiten géén tuchtsanctie kreeg, doet hier volgens de klachtencommissie geen afbreuk aan. De klacht is ongegrond.
De klachtencommissie vindt het redelijk dat de directie de feiten zoals opgenomen in het RAD bewezen achtte en ze aan klager toerekende. De directie liet zich bijkomende informatie toekomen via de medische dienst nadat klager en zijn advocate een niet-ongeloofwaardige uitleg gaven voor het voorhanden zijn van de volgens klager aan hem voorgeschreven medicatie. De directie voldeed hiermee aan de verplichting van zorgvuldige feitenvinding. De directie kwalificeerde de feiten als het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). De klachtencommissie acht die kwalificatie correct en voldoende gemotiveerd. Het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet) is een inbreuk van de tweede categorie. In geval van een inbreuk van de tweede categorie kan de afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte voor een maximumduur van 15 dagen opgelegd worden (artikel 132, 3° Basiswet). Klager kreeg géén nieuwe sanctie opgelegd voor deze inbreuk. De directie besloot enkel om de sanctie van 7 dagen ATV met uitstel die bij een eerdere tuchtbeslissing ten aanzien van klager was uitgesproken, ten uitvoer te leggen. Zij kon hiertoe besluiten op basis van artikel 143 § 4, vierde lid Basiswet. De klachtencommissie acht deze beslissing wettelijk en redelijk. Dat een medecelgenoot voor andere (vermeende) feiten géén tuchtsanctie kreeg, doet hier volgens de klachtencommissie geen afbreuk aan. De klacht is ongegrond.