Ga verder naar de inhoud

KC32/23-0063

Ongegrond KC - Turnhout Klachtencommissie Tucht
TUCHT - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING - SANCTIE

De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten (maken van een lint waarmee zaken werden doorgegeven) bewezen achtte en aan klager toerekende. De directie kwalificeerde de feiten als het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). Omdat het lint bestempeld wordt als “doorgeeflint” is het volgens de klachtencommissie voldoende duidelijk dat de directie doelt op het verbod voor gedetineerden om onder elkaar te ruilen, verkopen of schenken (en dus door te geven). De klachtencommissie acht de kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.

Ondanks dat de directie in haar schriftelijk verweer ingaat op de hasjgeur en het gegeven dat klager zich verdacht maakte door ter tuchtzitting zelf over drugs te beginnen, stelt de klachtencommissie vast dat klager niet gestraft werd voor het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties (artikel 129, 7° van de Basiswet). Noch uit de aankruising van de inbreuken noch uit de motivering van de tuchtbeslissing blijkt immers dat deze inbreuk zou weerhouden zijn.

In geval van een inbreuk van de tweede categorie kan de afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte voor een maximumduur van 15 dagen worden opgelegd (artikel 132, 3° Basiswet). Klager kreeg een sanctie van 14 dagen ATV. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.