KC32/23-0064
Gegrond
Tegemoetkoming
KC - Turnhout
Klachtencommissie
Bijzondere veiligheidsmaatregel
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - MOTIVERING - TEGEMOETKOMING
De directie motiveert de verlenging van de BVM enkel op basis van de eerdere feiten die aanleiding gaven tot de initiële BVM, zonder daarbij te motiveren welke de elementen zijn die (nog steeds) van belang zijn op het ogenblik van de verlenging. Bovendien is de motivering identiek aan die van de verlenging van 4 april 2023. De motivering van de BVM voldoet dan ook niet aan de vereisten van artikel 8 j° artikel 110 Basiswet. Ook de afzonderlijke maatregelen worden niet afdoende gemotiveerd naar noodzaak (artikel 110 j° artikel 8 Basiswet). Ze worden alle drie gemotiveerd aan de hand van een standaardformulering, waarbij louter verwezen wordt naar de feiten die aanleiding gaven tot de initiële BVM.
De maatregel inzake de uitsluiting van deelname aan bepaalde gemeenschappelijke of individuele activiteiten (artikel 112 §1, 2° Basiswet) wordt gemilderd door te stellen dat klager wel aan de ochtendwandeling mag (blijven) deelnemen. Klager voert aan dat hij graag aan de avondwandeling zou deelnemen. De klachtencommissie ziet geen logica in het onderscheid tussen ochtend- of avondwandeling als het opzet van de maatregel inderdaad is om de fysieke integriteit van betrokkene en anderen te waarborgen.
Bovendien stelt de klachtencommissie vast dat de directie ook het glasbezoek bijkomend onder de noemer van de maatregel van uitsluiting van deelname aan bepaalde gemeenschappelijke of individuele activiteiten (artikel 112 §1, 2° Basiswet) bracht. Beperking van het bezoek tot glasbezoek behoort nochtans niet tot de mogelijkheden zoals voorzien in artikel 112 Basiswet. Het opleggen van glasbezoek, zij het dan bij wijze van ordemaatregel, kan enkel indien voldaan is aan de voorwaarden van artikel 60 §3 Basiswet. De klachtencommissie stelt wel vast dat de directie in de BVM verwijst naar deze bepaling uit de Basiswet, waardoor deze passage eigenlijk een afzonderlijke ordemaatregel uitmaakt, die vormelijk van de BVM had moeten afgescheiden worden. Los van de vorm kon de ordemaatregel volgens de klachtencommissie op zichzelf ook niet blijven bestaan. De directeur kan enkel beslissen tot het opleggen van glasbezoek wanneer er ernstige redenen bestaan [om te vrezen] dat er zich tijdens het bezoek incidenten kunnen voordoen die de orde of de veiligheid in het gedrang kunnen brengen (artikel 60 §3, 1° Basiswet). De directie motiveert op geen enkele wijze welke deze redenen zijn. Volgens de klachtencommissie is er dan ook niet voldaan aan artikel 8 j° artikel 60 §3, 1° Basiswet.
De klacht is gegrond. De beslissing wordt vernietigd. Klager krijgt als tegemoetkoming een extra douche.
De directie motiveert de verlenging van de BVM enkel op basis van de eerdere feiten die aanleiding gaven tot de initiële BVM, zonder daarbij te motiveren welke de elementen zijn die (nog steeds) van belang zijn op het ogenblik van de verlenging. Bovendien is de motivering identiek aan die van de verlenging van 4 april 2023. De motivering van de BVM voldoet dan ook niet aan de vereisten van artikel 8 j° artikel 110 Basiswet. Ook de afzonderlijke maatregelen worden niet afdoende gemotiveerd naar noodzaak (artikel 110 j° artikel 8 Basiswet). Ze worden alle drie gemotiveerd aan de hand van een standaardformulering, waarbij louter verwezen wordt naar de feiten die aanleiding gaven tot de initiële BVM.
De maatregel inzake de uitsluiting van deelname aan bepaalde gemeenschappelijke of individuele activiteiten (artikel 112 §1, 2° Basiswet) wordt gemilderd door te stellen dat klager wel aan de ochtendwandeling mag (blijven) deelnemen. Klager voert aan dat hij graag aan de avondwandeling zou deelnemen. De klachtencommissie ziet geen logica in het onderscheid tussen ochtend- of avondwandeling als het opzet van de maatregel inderdaad is om de fysieke integriteit van betrokkene en anderen te waarborgen.
Bovendien stelt de klachtencommissie vast dat de directie ook het glasbezoek bijkomend onder de noemer van de maatregel van uitsluiting van deelname aan bepaalde gemeenschappelijke of individuele activiteiten (artikel 112 §1, 2° Basiswet) bracht. Beperking van het bezoek tot glasbezoek behoort nochtans niet tot de mogelijkheden zoals voorzien in artikel 112 Basiswet. Het opleggen van glasbezoek, zij het dan bij wijze van ordemaatregel, kan enkel indien voldaan is aan de voorwaarden van artikel 60 §3 Basiswet. De klachtencommissie stelt wel vast dat de directie in de BVM verwijst naar deze bepaling uit de Basiswet, waardoor deze passage eigenlijk een afzonderlijke ordemaatregel uitmaakt, die vormelijk van de BVM had moeten afgescheiden worden. Los van de vorm kon de ordemaatregel volgens de klachtencommissie op zichzelf ook niet blijven bestaan. De directeur kan enkel beslissen tot het opleggen van glasbezoek wanneer er ernstige redenen bestaan [om te vrezen] dat er zich tijdens het bezoek incidenten kunnen voordoen die de orde of de veiligheid in het gedrang kunnen brengen (artikel 60 §3, 1° Basiswet). De directie motiveert op geen enkele wijze welke deze redenen zijn. Volgens de klachtencommissie is er dan ook niet voldaan aan artikel 8 j° artikel 60 §3, 1° Basiswet.
De klacht is gegrond. De beslissing wordt vernietigd. Klager krijgt als tegemoetkoming een extra douche.