Ga verder naar de inhoud

KC32/23-0100

Ongegrond KC - Turnhout Klachtencommissie Tucht
TUCHT - MOTIVERING - VERBODEN SUBSTANTIES

De directeur heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen in het RAD van 26 mei 2023. De klachtencommissie stelt vast dat de directie de advocaat volgde inzake het argument dat de geur die door de beambte werd waargenomen (nog) niet afkomstig kon zijn van de sigaret die klager op het moment van de vaststellingen aan het rollen was. Voor de overige visuele vaststellingen (het toevoegen van groene substantie) werden er geen tegenaanwijzingen aangevoerd waardoor er twijfels zouden rijzen omtrent de waarachtigheid van het RAD.

Klager voert in zijn klacht aan dat zijn voormalige celgenoot een drugsgebruiker was. Hoewel dit mogelijks een waargenomen geur kan verklaren, kan dit volgens de klachtencommissie niet gelden als tegenindicatie voor de visuele waarneming van de handelingen die door klager gesteld werden. Bovendien haalde klager dit punt ook niet ter tuchtzitting aan, zodat de directie er geen rekening mee kon houden. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte en ze aan klager toerekende.

De directie kwalificeerde de feiten als het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties (artikel 129, 7° Basiswet). De klachtencommissie acht die kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.

In geval van een inbreuk van de eerste categorie kan er voor een maximumduur van 30 dagen een afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte worden opgelegd (artikel 132, 3° Basiswet). Klager kreeg 14 dagen ATV waarvan 7 dagen voorwaardelijk. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.