TUCHT - MOTIVERING - VERBODEN SUBSTANTIES
In het voorliggend dossier heeft de directeur zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen in het RAD van 3 juni 2023. Hierin wordt geurwaarneming van een verboden substantie beschreven. De klachtencommissie is van mening dat er met de nodige omzichtigheid moet worden omgesprongen wanneer het gaat om geurwaarnemingen, gelet op het feit dat geur zich snel door de lucht kan verspreiden en het daardoor soms moeilijk kan zijn om de bron ervan te bepalen.
De klachtencommissie meent echter dat in het voorliggend dossier uit de beschrijving in het RAD (met name de intensiteit van de geur in de cel van klager ten opzichte van de geur op de gang) terecht kon besloten worden dat de geur afkomstig was uit de cel van klager. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte en ze aan klager toerekende.
De directie kwalificeerde de feiten als het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties (artikel 129, 7° Basiswet). De klachtencommissie acht die kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.
In geval van een inbreuk van de eerste categorie kan er voor een maximumduur van 30 dagen een afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte worden opgelegd (artikel 132, 3° Basiswet). Klager kreeg 5 dagen ATV. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.
In het voorliggend dossier heeft de directeur zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen in het RAD van 3 juni 2023. Hierin wordt geurwaarneming van een verboden substantie beschreven. De klachtencommissie is van mening dat er met de nodige omzichtigheid moet worden omgesprongen wanneer het gaat om geurwaarnemingen, gelet op het feit dat geur zich snel door de lucht kan verspreiden en het daardoor soms moeilijk kan zijn om de bron ervan te bepalen.
De klachtencommissie meent echter dat in het voorliggend dossier uit de beschrijving in het RAD (met name de intensiteit van de geur in de cel van klager ten opzichte van de geur op de gang) terecht kon besloten worden dat de geur afkomstig was uit de cel van klager. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte en ze aan klager toerekende.
De directie kwalificeerde de feiten als het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties (artikel 129, 7° Basiswet). De klachtencommissie acht die kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.
In geval van een inbreuk van de eerste categorie kan er voor een maximumduur van 30 dagen een afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte worden opgelegd (artikel 132, 3° Basiswet). Klager kreeg 5 dagen ATV. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.