KC32/23-0132
Onontvankelijk
KC - Turnhout
Klachtencommissie
Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - KANTINE - REKENINGEN - VRIJE TIJD - KLEDIJ
Ten eerste klaagt klager over het verslag van de PSD aan de KBM dat leugenachtig zou zijn. De klachtencommissie spreekt zich enkel uit over beslissingen genomen door de directie op basis van de Basiswet en de daaruit voortvloeiende regelgeving, d.w.z. over de ‘interne rechtspositie’. Een klacht die handelt over de ‘externe rechtspositie’ van de geïnterneerde (toekenning van uitgaansvergunningen) valt buiten de bevoegdheid van de klachtencommissie. Ook de adviesverlening van de PSD in dat kader behoort niet tot het toepassingsgebied van het beklagrecht. De klacht is niet-ontvankelijk.
Ten tweede klaagt klager over de werking van de kantine/welfare. Men zou hem niet meer willen bedienen. De klachtencommissie stelt op basis van het verweer van de directie vast dat er sprake is van een vertrouwensbreuk tussen klager en de bedeler van de kantine. Klager ontvangt echter wel nog steeds zijn bestellingen. Volgens de klachtencommissie is er geen sprake van een beslissing of verzuim om een beslissing te nemen in de zin van artikel 148 Basiswet. De klacht is niet-ontvankelijk.
Ten derde stelt klager dat er constant rekeningen niet kloppen en te veel geld wordt afgetrokken. Klager dient in de klacht zo nauwkeurig mogelijk de beslissing waarover geklaagd wordt en de redenen van de klacht te vermelden (artikel 150 §2 Basiswet). De klachtencommissie oordeelt dat de klacht van klager onduidelijk is omdat hij niet preciseert over welke beslissing het gaat / welke bedragen volgens hem niet kloppen. De klacht is niet-ontvankelijk. De klachtencommissie kan de klacht niet inhoudelijk beoordelen.
Ten vierde klaagt klager over activiteiten die afgelast worden. Dit betreft geen individuele beslissing van de directie ten aanzien van klager. De klacht is niet-ontvankelijk.
Ten vijfde stelt klager geen medicatie te krijgen. Dit betreft een medische beslissing. De directie komt niet tussen in medische aangelegenheden. Er werd dan ook géén beslissing genomen door de directeur. De klacht is niet-ontvankelijk.
Ten zesde klaagt klager over de weigering om kleren te mogen binnenbrengen, terwijl hem dit eerst door het BAD werd toegestaan. Klager stelt dat de directie een andere beslissing nam dan het BAD inzake het binnenbrengen van kledij. Hij noteert geen datum van deze beslissing. Klager dient in de klacht zo nauwkeurig mogelijk de beslissing waarover geklaagd wordt en de redenen van de klacht te vermelden (artikel 150 §2 Basiswet). De klachtencommissie oordeelt dat de klacht van klager onduidelijk is omdat hij niet preciseert over welke beslissing en welke kleren het precies gaat. Ten gevolge hiervan kan de directie geen inhoudelijk verweer voeren. Ten gevolge van deze onduidelijkheid is er geen beslissing bekend die door de klachtencommissie getoetst kan worden op wettelijkheid en redelijkheid. De klacht is niet-ontvankelijk.
Ten eerste klaagt klager over het verslag van de PSD aan de KBM dat leugenachtig zou zijn. De klachtencommissie spreekt zich enkel uit over beslissingen genomen door de directie op basis van de Basiswet en de daaruit voortvloeiende regelgeving, d.w.z. over de ‘interne rechtspositie’. Een klacht die handelt over de ‘externe rechtspositie’ van de geïnterneerde (toekenning van uitgaansvergunningen) valt buiten de bevoegdheid van de klachtencommissie. Ook de adviesverlening van de PSD in dat kader behoort niet tot het toepassingsgebied van het beklagrecht. De klacht is niet-ontvankelijk.
Ten tweede klaagt klager over de werking van de kantine/welfare. Men zou hem niet meer willen bedienen. De klachtencommissie stelt op basis van het verweer van de directie vast dat er sprake is van een vertrouwensbreuk tussen klager en de bedeler van de kantine. Klager ontvangt echter wel nog steeds zijn bestellingen. Volgens de klachtencommissie is er geen sprake van een beslissing of verzuim om een beslissing te nemen in de zin van artikel 148 Basiswet. De klacht is niet-ontvankelijk.
Ten derde stelt klager dat er constant rekeningen niet kloppen en te veel geld wordt afgetrokken. Klager dient in de klacht zo nauwkeurig mogelijk de beslissing waarover geklaagd wordt en de redenen van de klacht te vermelden (artikel 150 §2 Basiswet). De klachtencommissie oordeelt dat de klacht van klager onduidelijk is omdat hij niet preciseert over welke beslissing het gaat / welke bedragen volgens hem niet kloppen. De klacht is niet-ontvankelijk. De klachtencommissie kan de klacht niet inhoudelijk beoordelen.
Ten vierde klaagt klager over activiteiten die afgelast worden. Dit betreft geen individuele beslissing van de directie ten aanzien van klager. De klacht is niet-ontvankelijk.
Ten vijfde stelt klager geen medicatie te krijgen. Dit betreft een medische beslissing. De directie komt niet tussen in medische aangelegenheden. Er werd dan ook géén beslissing genomen door de directeur. De klacht is niet-ontvankelijk.
Ten zesde klaagt klager over de weigering om kleren te mogen binnenbrengen, terwijl hem dit eerst door het BAD werd toegestaan. Klager stelt dat de directie een andere beslissing nam dan het BAD inzake het binnenbrengen van kledij. Hij noteert geen datum van deze beslissing. Klager dient in de klacht zo nauwkeurig mogelijk de beslissing waarover geklaagd wordt en de redenen van de klacht te vermelden (artikel 150 §2 Basiswet). De klachtencommissie oordeelt dat de klacht van klager onduidelijk is omdat hij niet preciseert over welke beslissing en welke kleren het precies gaat. Ten gevolge hiervan kan de directie geen inhoudelijk verweer voeren. Ten gevolge van deze onduidelijkheid is er geen beslissing bekend die door de klachtencommissie getoetst kan worden op wettelijkheid en redelijkheid. De klacht is niet-ontvankelijk.