Ga verder naar de inhoud

KC32/23-0140

Ongegrond KC - Turnhout Klachtencommissie Tucht
TUCHT - GEÏNTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING

De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de in de RAD’s beschreven feiten bewezen achtte. Klager bracht immers geen tegenindicaties aan. In één van de twee RAD’s wordt geurwaarneming van een verboden substantie beschreven. De klachtencommissie is van mening dat er met de nodige omzichtigheid moet worden omgesprongen wanneer het gaat om geurwaarnemingen. De klachtencommissie meent echter dat in het voorliggend dossier uit het RAD (dat de intensiteit van de geur beschrijft in de kamer van het ongestoord bezoek waar klager net vandaan kwam) in combinatie met het gegeven dat er zich eerder een gelijkaardige geurwaarneming voordeed na een ongestoord bezoek van klager, terecht kon besloten worden dat de geur van de verboden substantie gelinkt kon worden aan de recente aanwezigheid van klager in de kamer.

De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet), de opzettelijke aantasting van de orde (artikel 129, 5° Basiswet), het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties (artikel 129, 7° Basiswet) en het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden (artikel 130, 1° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificaties alle vier correct en afdoende gemotiveerd.

De directeur moet in de motivering de elementen opnemen op basis waarvan hij de geïnterneerde verantwoordelijk acht voor zijn daden. De directie verwijst naar “alle voorliggende informatie” en verwijst daarbij kort naar “(RAD’s, dagelijks functioneren en tuchthoorzitting)”. Ze vermeldt dat betrokkene in gesprek steeds helder en coherent is.
(1) Het verweer tijdens de hoorzitting is helder en coherent. De klachtencommissie wijst er op dat de vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, slaat op de vraag of de persoon op het moment van de feiten helder en bewust was, en dus over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft de feiten te plegen. Met een verwijzing naar de toestand van klager op het ogenblik van de tuchtrechtelijke hoorzitting spreekt de directie zich niet uit over de toestand van klager op het ogenblik van de feiten. Dit element is dan ook niet afdoende.
(2) Het dagelijks functioneren van klager is helder en coherent. Er kan volgens de klachtencommissie niet worden verwezen naar een schijnbaar constante toestand van toerekenbaarheid voor alle daden/gedrag binnen detentie, aangezien dit niet strookt met het statuut van internering. De klachtencommissie herinnert eraan dat in geval van een geïnterneerde de ontoerekenbaarheid het uitgangspunt is. Het komt aan de directie toe om te motiveren waarom ze deze specifieke feiten wél toerekenbaar acht. Dit element is dan ook niet afdoende.
(3) Uit het RAD blijkt dat betrokkene helder en coherent was. De klachtencommissie stelt vast dat de directie, door te verwijzen naar de RAD’s zich terecht uitspreekt over de toestand van klager op het moment van de feiten.
In het voorliggend dossier acht de klachtencommissie de conclusie die de directie op basis van de RAD’s trok omtrent de toerekenbaarheid van de feiten redelijk. Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten afdoende gemotiveerd. De motivering voldoet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet.

Klager pleegde drie inbreuken van de eerste en één inbreuk van de tweede categorie. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken (artikel 143 §2 Basiswet). In geval van een inbreuk van de eerste categorie kan er voor een maximumduur van 30 dagen een afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte worden opgelegd (artikel 132, 3° Basiswet). Klager kreeg 14 dagen ATV. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.