Ga verder naar de inhoud

KC32/23-0143

Ongegrond KC - Turnhout Klachtencommissie Tucht
TUCHT - GEÏNTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING

De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten van het oprapen en doorgeven van het pakket bewezen achtte. Klager ontkent deze feiten niet, hij geeft er wel een verantwoording voor. De directie kwalificeerde de feiten als het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties (artikel 129, 7° Basiswet). Aangezien klager op de hoogte was van de inhoud van het pakket acht de klachtencommissie deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.

De directie motiveert dat ze klager verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten op basis van de volgende elementen:
(1) Uit het RAD blijkt dat betrokkene zeer coherent was op het moment van de gepleegde inbreuken/feiten. De klachtencommissie stelt vast dat de directie, door te verwijzen naar het RAD zich terecht uitspreekt over de toestand van klager op het moment van de feiten. Hetgeen de directie zegt vindt volgens de klachtencommissie ondersteuning in het RAD. Dit element is afdoende.
(2) Het verweer tijdens de hoorzitting is helder en coherent. De klachtencommissie wijst er op dat de vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, slaat op de vraag of de persoon op het moment van de feiten helder en bewust was, en dus over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft de feiten te plegen. Met een verwijzing naar de toestand van klager op het ogenblik van de tuchtrechtelijke hoorzitting spreekt de directie zich niet uit over de toestand van klager op het ogenblik van de feiten. Dit element is dan ook niet afdoende.
(3) Het dagelijks gedrag en functioneren van klager toont aan dat hij zich bewust is van zijn daden/gedrag. Er kan volgens de klachtencommissie niet worden verwezen naar een schijnbaar constante toestand van toerekenbaarheid voor alle daden/gedrag binnen detentie, aangezien dit niet strookt met het statuut van internering. De klachtencommissie herinnert eraan dat in geval van een geïnterneerde de ontoerekenbaarheid het uitgangspunt is. Het komt aan de directie toe om te motiveren waarom ze deze specifieke feiten wél toerekenbaar acht. Dit element is dan ook niet afdoende.
Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten afdoende gemotiveerd op basis van het eerste element. De motivering voldoet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet.

Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie. Klager kreeg 30 dagen ATV. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.