KC32/23-0176
Gegrond
Tegemoetkoming
KC - Turnhout
Klachtencommissie
Voorlopige maatregel
VOORLOPIGE MAATREGEL - MOTIVERING - TEGEMOETKOMING
De klachtencommissie stelt het volgende vast:
1) Een voorlopige maatregel was niet de geschikte beslissing. Ze kan immers enkel worden opgelegd in afwachting van de tuchtprocedure (artikel 145 Basiswet). Hoewel er nadien een tuchtprocedure opgestart werd tegen klager, stelt de klachtencommissie vast dat uit niets blijkt dat er bij het nemen van de voorlopige maatregel op enigerlei wijze rekening werd gehouden met concrete vaststellingen die men over klager heeft gedaan. Integendeel, de klachtencommissie ziet dat er ten aanzien van klager dezelfde generieke maatregel werd genomen die ten aanzien van alle aanwezigen op de wandeling werd genomen.
2) De motivering van de voorlopige maatregel is gebrekkig. De voorlopige maatregel, op identieke wijze geformuleerd, werd opgelegd aan alle aanwezigen op de wandeling. De zinsnede uit de motivering werd niet geïndividualiseerd in hoofde van klager, aangezien enkel in algemene bewoordingen de toestand op de wandeling van vleugel AB werd beschreven. De klachtencommissie vindt het opmerkelijk dat de voorlopige maatregel ten aanzien van klager geen enkele melding maakt van specifieke vaststellingen die op hem betrekking hadden. De klachtencommissie vindt dit des te frappanter, nu de directeur die de voorlopige maatregel opgelegd heeft in de navolgende tuchtprocedure opwerpt dat ze zélf bepaalde feiten, gepleegd door klager, heeft vastgesteld (zie klacht KC32/23-0179).
3) De opgelegde maatregelen zijn niet conform de aangevinkte rechtsgrond. Op basis van de rechtsgrond van de collectieve actie kan de directie enkel overgaan tot het opleggen van de in artikel 112, §1, 4° en 5° Basiswet bedoelde bijzondere veiligheidsmaatregelen (artikel 145 §1, eerste lid Basiswet), zijnde de afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte (4°) of de onderbrenging in een beveiligde cel, zonder voorwerpen waarvan het gebruik gevaarlijk kan zijn (5°). (BC/22-0245)
4) De ondertekening voldoet niet aan de vormvereisten. Het is op basis van de ondertekening onvoldoende duidelijk of de beslissing door een directeur genomen werd. De voorlopige maatregel werd immers om 23.00u opgelegd, maar pas om 00.00u opgesteld. Bovendien bevat ze geen handtekening van de directeur, doch enkel van een personeelslid. Collectieve brief nr. 124 van 6 september 2013 voorziet een specifieke vormvereiste indien de directeur niet aanwezig is in de gevangenis om de beslissing te ondertekenen. De klachtencommissie stelt vast dat deze vormvereiste niet werd nageleefd.
De klacht is gegrond. De VM wordt vernietigd. Klager krijgt als tegemoetkoming een fles cola van 1 liter.
De klachtencommissie stelt het volgende vast:
1) Een voorlopige maatregel was niet de geschikte beslissing. Ze kan immers enkel worden opgelegd in afwachting van de tuchtprocedure (artikel 145 Basiswet). Hoewel er nadien een tuchtprocedure opgestart werd tegen klager, stelt de klachtencommissie vast dat uit niets blijkt dat er bij het nemen van de voorlopige maatregel op enigerlei wijze rekening werd gehouden met concrete vaststellingen die men over klager heeft gedaan. Integendeel, de klachtencommissie ziet dat er ten aanzien van klager dezelfde generieke maatregel werd genomen die ten aanzien van alle aanwezigen op de wandeling werd genomen.
2) De motivering van de voorlopige maatregel is gebrekkig. De voorlopige maatregel, op identieke wijze geformuleerd, werd opgelegd aan alle aanwezigen op de wandeling. De zinsnede uit de motivering werd niet geïndividualiseerd in hoofde van klager, aangezien enkel in algemene bewoordingen de toestand op de wandeling van vleugel AB werd beschreven. De klachtencommissie vindt het opmerkelijk dat de voorlopige maatregel ten aanzien van klager geen enkele melding maakt van specifieke vaststellingen die op hem betrekking hadden. De klachtencommissie vindt dit des te frappanter, nu de directeur die de voorlopige maatregel opgelegd heeft in de navolgende tuchtprocedure opwerpt dat ze zélf bepaalde feiten, gepleegd door klager, heeft vastgesteld (zie klacht KC32/23-0179).
3) De opgelegde maatregelen zijn niet conform de aangevinkte rechtsgrond. Op basis van de rechtsgrond van de collectieve actie kan de directie enkel overgaan tot het opleggen van de in artikel 112, §1, 4° en 5° Basiswet bedoelde bijzondere veiligheidsmaatregelen (artikel 145 §1, eerste lid Basiswet), zijnde de afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte (4°) of de onderbrenging in een beveiligde cel, zonder voorwerpen waarvan het gebruik gevaarlijk kan zijn (5°). (BC/22-0245)
4) De ondertekening voldoet niet aan de vormvereisten. Het is op basis van de ondertekening onvoldoende duidelijk of de beslissing door een directeur genomen werd. De voorlopige maatregel werd immers om 23.00u opgelegd, maar pas om 00.00u opgesteld. Bovendien bevat ze geen handtekening van de directeur, doch enkel van een personeelslid. Collectieve brief nr. 124 van 6 september 2013 voorziet een specifieke vormvereiste indien de directeur niet aanwezig is in de gevangenis om de beslissing te ondertekenen. De klachtencommissie stelt vast dat deze vormvereiste niet werd nageleefd.
De klacht is gegrond. De VM wordt vernietigd. Klager krijgt als tegemoetkoming een fles cola van 1 liter.